‘Een auto is een verzameling grondstoffen op wielen’

Gepubliceerd op 19 november 2020

De auto-industrie en de autorecyclingketen werden niet letterlijk genoemd in de Duurzame Troonrede, onlangs uitgesproken op Duurzame Dinsdag, maar de stevige boodschappen gaan iedereen aan, zegt prof. Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen. Hij bedoelde de rede als spreekwoordelijke schop onder de kont, zo vertelt hij aan Green Light. Voor de samenleving, voor de overheid en ja, ook voor de auto-industrie én de recyclingketen.


Tekst Arjen van der Sar

Marco Hofsté

Prof. Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit viel de eer te beurt - slechts enkele maanden voor zijn afzwaaien als hoogleraar. De professor, die in 2016 al een Duurzaam Lintje ontving, beschouwde de uitnodiging om de rede te schrijven en uit te spreken als een kans. Het werd een soort ‘State of the Union’, waarin hij als het ware met alle kennis en inzicht uit honderden artikelen én 35 boeken van zijn hand zijn ultieme punt wilde maken. Dat punt, uitgesproken op – voor deze rede – ongewoon stevige toon, is: Nederland moet binnen tien jaar de transitie naar duurzaamheid maken door in te zetten op een combinatie van de zeven transitiemechanismen (zie ook kadertekst).

“Een ‘cry for change’, zo was deze officieuze afscheidsrede zeker wel bedoeld”, zegt Jonker. “Deze mechanismen vormen feitelijk een groot pleidooi om te investeren in transitie met het oog op duurzaamheid. We zullen in Nederland de moed hebben om de voorgestelde transities doortastend aan te pakken.”

U klinkt teleurgesteld. Gaat het u niet snel genoeg?

“Ik kwam na al die artikelen en boeken en talloze optredens op wetenschappelijke podia bij de vraag: als je nog één keer voor een groot publiek wat mag zeggen, wat wordt het dan? Ik hou me al die jaren bezig met duurzaamheid en circulaire economie en nieuwe businessmodellen. Mijn zorgen van vandaag liggen op systeemniveau. Ik predik al jaren dat het anders moet, dat we duurzamer en meer circulair moeten leven én ondernemen. De feitelijke veranderingen blijven achter bij de urgentie.”

U bedoelt?

“Het is goed dat de urgentie dat klimaatverandering een antwoord verdient ook buiten de ‘groene sokken hoek’ wordt gevoeld. Intussen pakken we in Nederland niet echt door met de transitie. We zeggen dat we inzetten op alternatieve energie, maar we slagen er niet eens goed in om ons huidige energieverbruik te vergroenen. Laat staan dat we de groeiende energievraag met iets groens kunnen beantwoorden. Ons antwoord op de urgentie van de klimaatverandering is niet toereikend. Dat is deels een kwestie van prioriteit: geven we zeven miljard uit om de conventionele olie-industrie fiscaal vriendelijk te bejegenen, of besteden we datzelfde geld liever om een echte transitie te maken?”

Page image
"Je moet dat over je graf durven afspreken: tussen nu en 2030 gaan we die transitie voorrang geven. Die visie, overtuiging en daadkracht mis ik in Nederland"

Concreet?

“Je moet dat over je graf durven afspreken: tussen nu en 2030 gaan we die transitie voorrang geven. Die visie, overtuiging en daadkracht mis ik in Nederland. We zullen aan de systeemkant moeten beginnen en dat is lastig; dat zal met breekijzers moeten. Een beleid op hoofdlijnen voor de circulaire economie is inmiddels benoemd, met het Grondstoffenakkoord, de Transitie Agenda’s en de Circulaire Uitvoeringsagenda, maar als een ondernemer graag circulair aan de slag wil, bijvoorbeeld met hergebruik van cv-ketels, dan zal de boekhouder hem al snel vertellen dat een ketel na zoveel jaar is afgeschreven en op de balans geen restwaarde meer heeft. We hebben een afschrijvingseconomie. Als we circulair willen ondernemen, moeten we toe naar een economie van waardebehoud. Dan moeten we de boekhoudkundige regels veranderen. Anders blijven ondernemers die echt circulair willen werken tegen dezelfde muur oplopen.”

Het alternatief?

“Een systemische verandering. Ga in tien jaar tijd van een afschrijvingseconomie naar een economie voor waardebehoud. Pas de regels die eronder zitten aan. En zorg ervoor dat ‘residual value’ ook echte waarde is door te kijken naar het eindproduct, de onderdelen en de grondstoffen. Ontwerp een product bovendien zo, dat de grondstoffen weer zo zuiver mogelijk teruggewonnen kunnen worden. Het materialenpaspoort voor de auto is een sleutelonderdeel in deze redenering. Die auto moet gedataficeerd worden, zodanig dat elk onderdeel moleculair verantwoord wordt. Na demontage komt de kunststof in het verwerkingstraject, waarbij de grondstof op molecuulniveau wordt teruggewonnen. Dat kan alleen als het ontwerptraject voor auto’s transparanter wordt en gericht op circulariteit. Dus niet slechts recyclen, maar echt terugwinnen: daar moet de focus op liggen.”

Waar ligt de sleutel?

“Het vraagstuk is groot en veelomvattend. Niet alleen de huidige regering, maar zelfs het groenste kabinet zou er moeite mee hebben. Ik moet zeggen dat EC-voorzitter Ursula von der Leyen het onlangs goed neerzette: we hebben maar één keuze en dat is duurzaam worden. Dat is visie. De autobranche zou visie kunnen tonen door te zeggen: in 2030 is elke auto elektrisch, in 2040 is elke auto die van de band afrolt CO2-neutraal, in 2050 heeft elke nieuwe auto een materialenpaspoort en is voor 95 procent ‘cloud designed’, transparant en circulair. Ontworpen met materie die goed, duurzaam en slim uit elkaar te halen is tot op het niveau van herwonnen grondstoffen. Een taak voor de auto-industrie en de autorecycling! Het spreekt daarnaast voor zich dat het gebruik van de auto veel meer focus moet krijgen dan het bezit, door de verdere stimulering en ontwikkeling van mobility-as-a-service-concepten. Organiseer dat goed, er is een gigantische markt voor.”

En intussen bepleit u het belasten van grondstoffen?

“En in het verlengde daarvan: vervuiling belasten. Dat zorgt ervoor dat we zuiniger worden op grondstoffen. Schoon produceren wordt dan interessanter, met maximaal behoud van de eigenschappen van grondstoffen. Een auto is een verzameling grondstoffen op wielen, zo moeten we dat gaan zien. We verkopen wasmachines nu op prijs, maar ik wacht met smart op de fabrikant die een wasmachine verkoopt als ‘goed voor duizend wasbeurten’ met zoveel water- en zeepgebruik. Een wasmachine waarbij de consument een deel van z’n geld terugkrijgt bij verkoop na vijfhonderd wasbeurten. Ik wacht op de dag dat we apparaten, en ook auto’s, een gebruikspaspoort meegeven met details over het gebruik en over het recyclepercentage. Lever je het apparaat na zoveel jaar in dan is volgens het paspoort een bepaalde waarde nog gegarandeerd.”

"Ik wacht op de dag dat we apparaten, en ook auto’s, een gebruikspaspoort meegeven met details over het gebruik en over het recyclepercentage"

De zeven breekijzers van Prof. Jan Jonker

Breekijzer 1

Een verschuiving van de belasting van arbeid naar de belasting van grondstoffengebruik en uitstoot. In combinatie met een afbouw van de fiscale voordelen van de fossiele industrie.

Breekijzer 2

Herzie het fiscale systeem met oog op waarde-behoud waarbij ook de sociale en ecologische waarde van producten meeweegt.

Breekijzer 3

We moeten werken met ‘echte’ prijzen. Prijzen waarin zaken als CO2-uitstoot en leefbaar loon zijn opgenomen.

Breekijzer 4

Geef meer (juridische) ruimte voor burgers en bedrijven om gezamenlijk initiatief te nemen op het gebied van voedsel, energie en mobiliteit.

Breekijzer 5

Maak producenten stapsgewijs verantwoordelijk voor de gehele functionele levenscyclus van producten.

Breekijzer 6

Belast vermogen en niet arbeid. Een basisinkomen voor iedereen.

Breekijzer 7

Stimuleer bedrijven die niet bijdragen aan maatschappelijke en ecologische waarden om te stoppen.

Meer over de Duurzame Troonrede is hier te vinden:

https://lnkd.in/dMRn6rV]

https://youtu.be/ljxT2IjVCc8

 

GreenLight logo

Meest gelezen