De vegan auto

Gepubliceerd op 20 december 2019

Autofabrikanten kijken steeds meer naar de impact van hun modellen op mens en milieu. Haast parallel met de opkomst van de elektrische auto, maakt het veganistische interieur zijn opwachting. Hoe ver zijn we verwijderd van de volledige ‘vegan car’ en in welke mate reduceert het de CO2-emissies en bevordert het hergebruik?


Tekst Jens Holierhoek

Oude wijn in nieuwe zakken

Oude wijn in nieuwe zakken

Stiekem is het hippe kunstlederen interieur al stokoud. Bij Mercedes-Benz kun je al sinds de 180 Ponton uit de jaren vijftig imitatieleer aanvinken op de optielijst. En wat te denken van het bij luxemodellen gangbare Alcantara? Het alternatief voor suède bestaat uit een mix van polyurethaan, polyester en microvezels.

De vegetariër is uit. Als je echt geeft om dier en milieu ga je als veganist door het leven. Dan mijd je vlees en vis in je dieet, net als alle andere dierlijke producten. Ook kaas, melk, eieren en honing zijn uit den boze. En een lederen jas? Die hangt niet bij je aan de kapstok. De ‘vegan’ trend maakt momenteel ook de oversteek naar het auto-interieur. Of je nu een nieuwe Porsche Taycan koopt, een Tesla Model 3 of Model Y, of de aankomende Range Rover Evoque; een vegan interieur is standaard of op z´n minst een heel normale optie. Meestal is er sprake van een neplederen interieur, al geeft elk merk dat een hightech naam. Bij BMW kun je Sensatec bestellen, bij Nissan Sofilez, bij Audi Climatex, bij Porsche Race-Tex en bij Mercedes-Benz ARTICO/MB-Tex. Volgens analisten is de totale markt voor synthetisch leder – schoenen, meubels én auto-interieurs – in 2025 al 45 miljard dollar groot.

Overstappen op ‘nep’, is hard nodig. De Verenigde Naties berekent dat de wereldwijde veeteelt – met lederproductie als onderdeel daarvan – meer CO2 uitstoot dan alle rijdende auto’s samen

Uitstoot

Overstappen op ‘nep’, is hard nodig ook. De Verenigde Naties berekent dat de wereldwijde veeteelt – met lederproductie als onderdeel daarvan – meer CO2 uitstoot dan alle rijdende auto’s samen. Niet toevalligerwijs zie je het vegan interieur vaak opduiken in volledig elektrische auto’s. Als er nul CO2 uit de ‘uitlaat’ komt, dan wil je niet indirect CO2-produceren door een lederen interieur aan te bieden. Zo claimt Porsche dat haar veganistische Race-Tex interieur in de elektrische Taycan goed is voor 80 procent minder CO2-emissie. Extra winstpunten; Race-Tex is gemaakt van gerecycled polyester en is een stuk lichter dan leder. De productiekosten liggen bovendien lager en het materiaal is prima te recyclen.

Audi, concerngenoot van Porsche, focust zich met haar e-tron modelserie – een complete reeks aan elektrisch aangedreven auto’s – op het slim gebruik van materialen. Neem de aankomende Audi Q4 e-tron; de stoelen van de auto zijn gemaakt van gerecycled plastic. De e-tron GT, net als de Q4 vanaf 2020 in de showrooms, is te bestellen met een interieur van synthetisch leder en gerecyclede microvezels. Op de vloer ligt Econyl: een materiaal gemaakt van visnetten dat meer merken gebruiken. De Aicon concept gebruikt weer andere materialen. Zo is de stoelbekleding voorzien van Climatex. Daarbij is de toplaag van polyester en de onderzijde van wol. De bekleding is na de levensduur simpel te recyclen omdat de twee lagen makkelijk los van elkaar komen.

 

Vegan ‘light’

Porsche durft het interieur nog niet geheel ‘vegan’ te noemen. Volgens Porsche designer Thorsten Klein kunnen zelfs synthetische materialen behandeld zijn met dierlijke producten. Buiten het auto-interieur is de vegan-claim evenmin makkelijk te maken. In de meeste autobanden is stearinezuur verwerkt, een bijproduct van koeien. Sommige lijmen en vloeistoffen bevatten op hun beurt dierlijke bijproducten.

Porsche claimt dat haar veganistische Race-Tex interieur in de elektrische Taycan goed is voor 80 procent minder CO2-emissie

Creatief met kurk

Mazda introduceerde recent haar eerste elektrische model; de MX-30. Het interieur van de crossover SUV is bijna geheel ‘vegan’. In de middenconsole gebruikt het kurk als bekledingsmateriaal. Nu kapt men voor kurk al geen bomen – de bast verwijderen om het materiaal te verkrijgen is voldoende – maar Mazda gaat nog een stap verder door kurk te gebruiken dat overblijft bij de productie van flessenkurken. Niet voor niets werd Mazda in 1920 opgericht onder de naam Toyo Cork Kogyo Co, Ltd. Door restmateriaal uit de flessenkurkproductie te gebruiken slaan de Japanners meerdere vliegen in één klap. Ze zijn circulair bezig, terwijl het gebruikte materiaal goedkoop is én licht. Om de dempende kwaliteit en de warme uitstraling niet te vergeten.

Gerecycled garen

Het lijstje met hergebruikte materialen in het interieur van de Mazda MX-30 gaat nog wel even door. De bovenzijde van de portierpanelen is bekleed met stof gemaakt van gerecyclede petflessen. Verder zijn kunstleer van de partij en gerecycled garen. Het kunstleer wordt geproduceerd met behulp van water in plaats van organische oplosmiddelen, waardoor de impact op het milieu beperkt blijft. Daarbij geeft Mazda aan dat bij het ontwerp van de elektrische aandrijflijn nadrukkelijk is gekeken naar alle milieuaspecten: van de winning van grondstoffen tot de recycling van de accu.

Door restmateriaal uit de flessenkurkproductie te gebruik slaat Mazda meerdere vliegen in één klap. Ze zijn circulair bezig, terwijl het gebruikte materiaal goedkoop is én licht

Langetermijnvisie

De komende jaren zullen we bij Mazda – net als bij meer automerken – veel vaker (deels) veganistische interieurs vol gerecyclede materialen aantreffen. Omdat de consument daar om vraagt, omdat er productvoordelen zijn én omdat het past binnen de langetermijnvisie van autoproducenten. Mazda Motor Corporation lanceerde in 2017 haar ‘Sustainable Zoom-Zoom 2030’- toekomstplan. Daarin kijken ze vooruit naar het aankomende decennium. Termen als mens, milieu en maatschappij vormen de rode draad. “Het nieuwe plan geeft weer hoe Mazda rijplezier, waaraan auto’s hun aantrekkingskracht te danken hebben, gaat inzetten om menselijke, maatschappelijke en milieugerelateerde kwesties op te lossen”, aldus het merk. Naast ronkende woorden, is het vooral concreet: “De gemiddelde ‘well-to-wheel’ CO2-emissie moet in 2030 met 50 procent zijn teruggebracht ten opzichte van het niveau van 2010 en in 2050 moet zelfs een verlaging van 90 procent zijn gerealiseerd.” Daar moet de vegan car, vol met gerecyclede materialen, aan bijdragen.