‘Een tractor wordt nooit afval’

Gepubliceerd op 02 januari 2019

U weet het: voor het recyclen van auto’s bestaat in ons land ARN. Maar wat gebeurt er met andere vervoer- en werktuigmiddelen als ze zijn afgedankt? Met boten, vliegtuigen, fietsen? Dat onderzoeken we in de reeks ‘recyclewaar’. Dit keer: de tractor.


Tekst ARN Redactie

Een modern landbouwbedrijf is vaak aardig uitgerust: van aardappelrooier tot maaidorser en van hakselaar tot voermengwagen. Het is er allemaal te vinden, maar het meest iconisch is toch de tractor. Al sinds het begin van de twintigste eeuw vervangt de gemotoriseerde krachtpatser het trekpaard en vooral sinds de Tweede Wereldoorlog is de tractor niet meer weg te denken uit de agrarische sector. Waar je voorheen nog weleens een Lamborghini of Porsche op je erf had staan – deze sportwagenbouwers waren ooit heuse specialisten in landbouwmachines – gaat het tegenwoordig meestal om een tractor van de merken New Holland, John Deere of Fendt. Dit drietal marktleiders levert hun tractoren aan meer dan 55% van de Nederlandse landbouwbedrijven.

De tractoren van deze merken gaan met gemak meer dan vijftien jaar mee. Toch bepaalt het ING Economisch Bureau de economische levensduur van een tractor op zeven tot acht jaar. Daarna is een tractor volgens onze West-Europese boekhoudnormen afgeschreven – een aanschafprijs van een paar ton of niet. Het ING Economisch Bureau meldt daarbij wel nadrukkelijk dat tractoren na een jaar of acht lang niet altijd van de boerderij zijn verdwenen. ‘De gemiddelde gebruiksduur is doorgaans veel hoger’, aldus de bank. Vaak bewijzen de oude tractoren nog prima dienst, ook al lopen de brandstof- en onderhoudskosten op. Vooral akkerbouwers en veehouders rijden nog heel wat jaren door op hun trekker, al is het maar als aanvulling naast hun nieuwe. Bij loonbedrijven is dat wat minder. Bovendien draait het bij een tractor vooral om het aantal draaiuren per jaar. Dat is een stuk belangrijker dan de leeftijd van zo’n vaak onverwoestbare trekker. Binnen een loonbedrijf wordt met gemak 1.250 uur draaiuren per jaar gehaald, terwijl een agrarisch bedrijf vaak niet boven de 600 per jaar uitkomt. En melkveebedrijven zetten de tractor nog minder in.

Tweede leven

Goitzen Meindertsma, met zijn broer Mark eigenaar van Meindertsma Agri-Parts – de Nederlandse marktleider voor gebruikte tractor- en verreikeronderdelen –, ziet dan ook in de branche van gebruikte tractoren modellen voorbijkomen die ouder zijn dan acht jaar. “Een Nederlandse agrariër ruilt zijn tractor na zo’n tien tot vijftien jaar in”, zo stelt hij. De tractoren die bij het bedrijf van Meindertsma binnenkomen zijn soms slechts één jaar oud. Als demontagebedrijf specialiseert Agri-Parts zich immers niet in complete tractoren, maar in de onderdelen. De ene keer worden de bruikbare items van een zo goed als nieuwe, maar bijvoorbeeld deels door brand verwoeste tractor of verreiker gehaald, de volgende keer is dat van een veel ouder, defect exemplaar. De onderdelen die Meindertsma in het magazijn opslaat en wereldwijd verkoopt gaan terug tot 1995. “Ouder dan dat en ze worden klassiek”, grapt de ondernemer. Toch is er naar stokoud agrarisch materiaal genoeg vraag. Meindertsma ziet complete trekkers uit de jaren zeventig richting andere continenten verdwijnen. Meestal zijn de tractoren echter iets nieuwer.

“Een tractor van twintig jaar oud is nog goed verhandelbaar. Ze gaan bijvoorbeeld naar Oost-Europa of Afrika en krijgen daar een tweede leven”

“Een tractor van twintig jaar oud is nog goed verhandelbaar. Ze gaan bijvoorbeeld naar Oost-Europa of Afrika en krijgen daar een tweede leven. En nieuwere tweedehandsmodellen, maximaal vijftien jaar oud, gaan zelfs naar Noord-Amerika.” De onderdelen van Meindertsma gaan ook de hele wereld over – wereldwijd worden immers de meeste nieuwe tractoren verkocht in India, China en de VS – al ligt de nadruk op Europa. Agri-Parts mikt vooral op minder gangbare onderdelen, omdat die via de reguliere aftermarket niet verkrijgbaar zijn of lange levertijden hebben. Hoewel Agri-Parts met 11.000 vierkante meter aan onderdelen een grote speler is, heeft het Nederlandse bedrijf het rijk niet alleen. Ook in Frankrijk, Denemarken, Polen en Engeland bevinden zich demontagebedrijven die gebruikte tractoronderdelen beschikbaar stellen voor de markt. Buiten ons continent is er concurrentie uit de VS, Canada en Zuid-Afrika, al ligt daar de nadruk vooral op andere modellen trekkers.

Mechanische ezels

Dat tractoren soms het eeuwige leven lijken te hebben, blijkt wel op de wereldberoemde maandelijkse landbouwmachineveiling in Cambridgeshire in Oost-Engeland. Elke maand bieden hier meer dan 35.000 geïnteresseerden uit zeker honderd landen mee op onder meer tractoren. Zeker 2.000 landbouwmachines staan uitgestald over een oppervlakte van veertig voetbalvelden en daarmee is de veiling de grootste in haar soort. Je vindt er tractoren in alle soorten en maten én leeftijden. De modelreeksen 135 en 165 van Massey Ferguson spannen de kroon. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd deze van oorsprong Canadese tractor honderdduizenden keren gebouwd, dus er zijn er nog veel van over. Ze zijn vooral populair onder Afrikaanse bieders. Vijftig jaar oud of niet, de tractoren zijn betrouwbaar, met een kostprijs vanaf zo’n 2.250 euro betaalbaar en gezien hun simpele techniek makkelijk te onderhouden. Complex werk hoeven ze vaak niet te doen. Soms worden ze alleen ingezet om water te halen, maar daarmee zijn ze wel essentieel voor een gemeenschap. De ‘mechanische ezels’, zoals de kopers ze liefkozend noemen, moeten bovendien kleinere stukken land bewerken. Gemiddeld meet een stuk landbouwgrond in Afrika nog niet eens 1 hectare, terwijl dat in Nederland 6,2 hectare is (cijfers 2008, CBS) en in de VS zelfs bijna 180 hectare. Qua draaiuren kunnen ze er dus nog wel even tegenaan. Tegelijkertijd zijn ze broodnodig, want er zijn relatief weinig tractoren in Afrika. In de sub-Sahara zakt het aantal aanwezige tractoren tot een gemiddelde van 1,3 per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in een land als Brazilië rijden er op een vergelijkbaar stuk grond 116 stuks rond. De stokoude tractoren worden gedemonteerd verscheept in containers, zodat er meer in passen, soms tot wel veertien stuks om – eenmaal weer opgebouwd – in Afrika nog jaren door te zwoegen.

Recycling

Sommige deskundigen stellen dattractoren – zoals de onverwoestbare jarenzestigexemplaren van Massey Ferguson – wel honderd jaar kunnen meegaan, mits goed onderhouden. En na dat eeuwfeest is een tractor nog steeds niet waardeloos. Of zoals Goitzen Meindertsma het zegt: “Een tractor wordt nooit afval.” Meindertsma wijst erop dat tot tien, vijftien jaar geleden tractoren compleet van metaal werden gemaakt. Dus zelfs het schroot heeft restwaarde en wordt hergebruikt. Tegenwoordig bestaan tractoren ook uit kunststoffen. Onder meer de brandstoftank is helemaal van polyester.

Tot tien, vijftien jaar geleden werden tractoren compleet van metaal gemaakt. Zelfs het schroot heeft restwaarde en wordt hergebruikt

Al is recycling bij tractoren gezien hun lange levenscyclus een wat ondergeschoven kindje, het kan natuurlijk wel. Volgens tractorfabrikant New Holland is ongeveer 80 procent van zijn producten recyclebaar. De Amerikanen doen bovendien – net als de concurrentie – aan ‘remanufacturing’: het uit elkaar halen van oude of defecte tractoronderdelen die vervolgens met goed werkende materialen weer in elkaar worden gezet en een tweede leven krijgen. Zo’n beetje alle draaiende onderdelen komen in aanmerking voor zo’n grondige revisiebeurt: motoren, aandrijflijnen, transmissies, hydraulica en elektronica, zodat de voor agrariërs zo onmisbare mechanische ezels nog jaren door kunnen buffelen.