“Veilig schadeherstel legt lat voor hergebruik onderdelen hoog”

Gepubliceerd op 24 oktober 2019

De auto verandert in razend rap tempo. Elektrificatie, autonoom rijden, duurzaamheid en nieuwe materiaalsoorten hebben flink impact op de branche. Speciaal voor de ARN Relatiedag schetst FOCWA-directeur Femke Teeling de contouren van de toekomst. Haar conclusie: “We zijn nog niet waar we moeten zijn”.

FOCWA is een van de vier organisaties die in 1995 aan de wieg van ARN stonden. Samen met BOVAG, RAI Vereniging en Stiba vertegenwoordigt FOCWA de autobranche. FOCWA is de belangenbehartiger en kwaliteitsbewaker van de schadeherstelsector. Ze stimuleert haar leden om het uiterste uit hun ondernemerschap te halen en helpt ze met vraagstukken op uiteenlopende gebieden; van innovatie tot personeelsbeleid, van duurzaamheid tot public relations.

De wil om samen te werken
Femke Teeling is sinds 2016 directeur van FOCWA. Ze snort de presentatie op die ze tijdens een workshop op de ARN Relatiedag zal geven. Haar verhaal is krachtig. Ze gaat geen pijnpunt uit de weg, alsof ze op missie is. “Ik zie het als mijn taak om de branche te vertellen hoe de wereld eruit gaat zien”, zegt ze. “Sommige bedrijven sorteren er al op voor en investeren in opleidingen en personeel. Andere bedrijven zijn iets terughoudender, maar er zijn ook bedrijven die denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen.”

Autonoom rijden verandert de sector
Om twijfelaars, ontkenners en toekomst-schuwen te overtuigen schakelt Teeling direct door naar 2022. Dat jaar zijn alle nieuwe auto’s verplicht uitgerust met ondersteunende rijhulpsystemen, die automatisch ingrijpen als een voertuig te dicht op een ander rijdt. “Autonoom rijden verandert de sector”, zegt Teeling. Enerzijds omdat er minder aanrijdingen zullen zijn, anderzijds omdat schadeprofessionals te maken krijgen met nieuwe technologie die nog lang niet is uitgekristalliseerd. “Bedrijven met het FOCWA keurmerk zorgen ervoor dat een auto na reparatie dezelfde kenmerken heeft als ze voor de schade had. Schadeherstellers moeten niet alleen zorgen voor veilig herstel van de dragende delen voor passieve veiligheid, maar moeten in de toekomst ook rekening houden met actieve veiligheidscomponenten, zoals het herstellen, aansluiten en kalibreren van camera’s en andere sensoren en de werking waarborgen van deze ‘ADAS’ systemen.”

De uitdaging van nieuwe materiaalsoorten
Autonoom rijden is niet de enige majeure verandering aan auto’s. Nieuwe materiaalsoorten vormen ook een uitdaging. “Van een afstandje denk je als leek het verschil tussen staal en plastic wel te kunnen zien”, lacht Teeling. “Maar als je dichterbij komt, wordt het lastiger. Is het wel staal? En zo ja, wat voor staal dan? Soms is het staal met een laagje polyester ertussen. Elektrische auto’s moeten zo licht mogelijk zijn om een zo groot mogelijke actieradius te krijgen. De auto van nu bevat tientallen soorten staal. Voor herstellers is het belangrijk dat ze de technische informatie van merken goed lezen voordat ze aan het werk gaan. Ze moeten precies weten welke materialen voor welke onderdelen zijn gebruikt.”

Door alle innovaties en de cultuur van continue verbetering zijn steeds meer specialisten nodig met een elektronica-achtergrond en diagnostici die in staat zijn om een auto in te lezen. En dan wordt het complex. Want extra mankracht betekent extra kosten. Worden die gedekt door grote opdrachtgevers als verzekeraars en leasemaatschappijen, die goed zijn voor de helft van alle reparaties? “Nee”, antwoordt Teeling zonder omhaal.

Iedereen wil veilig en betaalbaar schadeherstel
“Door de stijging van letselschade draaien verzekeraars geen winst op de verzekeringspremies. Ze proberen daardoor kosten te besparen op het herstel van voertuigen, terwijl schadebedrijven continu in opleidingen moeten investeren en het juiste, gecertificeerde equipment moeten aanschaffen. Dat is hartstikke duur. Bovendien is er in de branche sprake van een tekort aan personeel, waardoor de cao-lonen stijgen. Dit is in notendop de discussie die we met opdrachtgevers hebben. We willen allemaal veilig en betaalbaar schadeherstel. Dat is onze common ground. Je houdt schadeherstel betaalbaar door keuzevrijheid en je creëert veiligheid door te betalen voor wat nodig is en niet te beknibbelen op kwaliteit. Want dan gebeuren er ongelukken.”

Teeling wil geen angst zaaien, maar haar organisatie merkt dat malafide handel in onderdelen weer ‘interessant’ wordt. Tegelijkertijd ziet ze dat automerken steeds vaker merkerkend schadeherstel introduceren. “Merken willen dat schadeauto’s naar een bedrijf worden gebracht dat is gelieerd aan de dealer. De dealer kiest een select aantal herstellers en bouwt zo een klein monopolie, waar onderhoud en schade in één kanaal worden geduwd. Voor onze sector is dat een spannende ontwikkeling die ook weer kansen biedt. Sommige leden richten zich inmiddels op merkerkenning en specialiseren zich in bepaalde auto’s. Dat kan slim zijn, want als je iets vaak doet, wordt het steeds makkelijker en realiseer je tijdwinst en rendement.”

Onderdelen hergebruiken
Maar de ontwikkeling staat op gespannen voet met de duurzaamheidsdoelstellingen van ARN, BOVAG, Stiba, RAI Vereniging en FOCWA. Teeling zou het liefst zien dat herstellers zoveel mogelijk onderdelen hergebruiken, terwijl merken voorschrijven dat kapotte onderdelen worden vervangen door nieuwe. “Fabrikanten wensen niet het risico te lopen dat onderdelen niet meer werken na reparatie. Er kan een deuk in de bumper zitten, maar je ziet pas of er aan de achterkant haakjes zijn afgebroken als je de bumper eraf haalt. Wanneer je dat niet goed herstelt, werkt een sensor van de auto mogelijk niet meer. Daardoor zitten wij in een spagaat. Een tweedehandsonderdeel moet precies zijn zoals je het nodig hebt om een auto te kunnen herstellen. Alle palletjes moeten er nog aan zitten. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is het goed om steeds meer in de richting van tweedehandsonderdelen te gaan, maar dan moeten deze wel in perfecte staat verkeren en in voldoende volume aanwezig zijn. Een deur is heel of niet. Als het over technische onderdelen gaat wil je dat ze 100% intact zijn, zodat alles lekker in elkaar past en het onderdeel doet wat het moet doen. De bij ARN aangesloten demontagebedrijven werken hieraan, maar we zijn er nog niet, het is nog niet perfect.”

Duurzaamheid vereist change of focus
Duurzaamheid is trouwens steeds vaker een eis van grote opdrachtgevers. Om haar leden te helpen heeft FOCWA een label in het leven geroepen, waarmee ze kunnen aantonen dat ze maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Duurzaamheid vereist een change of focus, een ander perspectief”, heeft Teeling gemerkt. “Onze leden verdienen ondersteuning. We geven ze advies over energiebesparing, we zijn scherp op de arbo-omstandigheden en helpen ze bij wet- en regelgeving. Schadeherstellers werken met verf, met oplosmiddelen en er komt fijnstof vrij bij het schuren. We sturen erop dat werkgevers hun medewerkers goede bescherming bieden. Zo blijven ze langer inzetbaar en creëer je een win-winsituatie in een markt met personeelstekort.”

De toenemende eisen die aan schadebedrijven worden gesteld zorgen voor prijsdruk. Onderzoek van de Rabobank wees vorig jaar uit dat de marges steeds kleiner worden. “Als hersteller krijg je nog maar beperkt de tijd om een voertuig te repareren”, zegt Teeling. “We moeten er nu met elkaar voor oppassen dat veiligheid en duurzaamheid niet onder druk komen te staan. De auto’s moeten veilig de weg op, en personeel moet veilig en met de juiste onderdelen kunnen werken. Iedere bedrijfstak zegt dat het vak verandert en ik geloof oprecht dat dit waar is. Het wordt steeds complexer. Maar in de automotive sector gaan ontwikkelingen bovengemiddeld snel. Daar lopen we nu met z’n allen tegenaan. Het is aan ons om mee te bewegen. We zijn op de goede weg, maar we zijn nog niet waar we moeten zijn.”