De circulaire economie komt eraan

Gepubliceerd op 14 maart 2018

Van wegwerpmaatschappij naar kringloopsamenleving

Nederland is klaar voor de circulaire economie. Steeds meer bedrijven zien in dat een omslag naar dit systeem noodzakelijk is. Een groot pleitbezorger van de circulaire economie is de vooraanstaande econoom en topbestuurder Herman Wijffels. Wat verstaat hij onder de circulaire economie? En waarom is een omslag volgens hem zo belangrijk?

Over Herman Wijffels

Over Herman Wijffels

Boerenzoon, econoom en CDA'er Herman Wijffels (1942) heeft verschillende topfuncties bekleed. Zo was hij voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank en van de Sociaal-Economische Raad en Nederlands bewindsvoerder bij de Wereldbank in Washington. Als formateur legde hij het fundament voor het kabinet-Balkenende IV. Ook was hij covoorzitter van World Connectors, een organisatie die zich inzet voor een duurzame en rechtvaardige wereld.

Delen en hergebruiken in plaats van bezitten en weggooien. Daar draait het om bij de circulaire economie. Dit moet leiden tot een duurzame samenleving waarin we effectiever omspringen met natuurlijke hulpbronnen. Herman Wijffels ziet het als dé manier voor bedrijven om in business te blijven. En niet alleen voor bedrijven, maar voor de gehele samenleving. Een circulaire economie is noodzakelijk om als samenleving te kunnen blijven functioneren in de 21e eeuw.

Transformatie

Het nut van die circulaire economie heeft Wijffels inmiddels in vele programma’s, interviews en lezingen op boeiende wijze toegelicht. Op YouTube zijn daarvan vele filmpjes beschikbaar. “Het concept van de circulaire economie komt op vanuit de constatering dat we in de huidige omstandigheden, met zoveel mensen op de wereld en zoveel producten, onze natuurlijke hulpbronnen belasten, uitputten en vervuilen”, zo legt Wijffels bijvoorbeeld uit in een interview met Me Judice, een onafhankelijk discussieforum met als doel het debat onder economen te stimuleren.

Volgens Wijffels verkeren we aan het einde van een periode die je als de industriële tijd kunt omschrijven. We leven hierin volgens principes die nog uit de Verlichting stammen. Deze principes hebben hun tijd echter gehad. “Er is een omslag nodig naar een nieuwe manier van leven en werken”, vindt Wijffels. “We moeten de samenleving opnieuw vormgeven, zodat deze op passende wijze functioneert in de omstandigheden van de 21e eeuw. Het is tijd voor een transformatie.”

"We moeten de samenleving opnieuw vormgeven, zodat deze op passende wijze functioneert in de omstandigheden van de 21e eeuw. Het is tijd voor een transformatie"

Wijffels noemt drie belangrijke redenen voor een omslag: de grote bevolkingsgroei, de enorme groei van de welvaart en het grotere bewustzijn van de wereldbevolking door de verbeterde opleidingsmogelijkheden. Het huidige financiële stelsel en de top-down-manier waarop we alles organiseren, passen niet meer bij deze ontwikkelingen. Net als de manier waarop we omgaan met onze grondstoffen. Dat gebeurt nu nog op lineaire wijze. We graven grondstoffen op of halen die uit organische natuurlijke hulpbronnen. We gebruiken die grondstoffen voor producten. En die producten gooien we aan het einde van de levensduur weg: take, make and dump.

Daar kunnen we niet meer mee doorgaan. Door de groei van de bevolking en welvaart leidt deze manier van werken tot verspilling en aantasting van hulpbronnen. “Een kwestie van overshoot”, zo legt Wijffels het uit. “We springen over de capaciteit van onze planeet heen. Met als gevolg: overbelasting van hulpbronnen, schaarste en hoge prijzen van grondstoffen. We opereren voorbij de grenzen van wat houdbaar is.”

Recyclen en upcyclen

De oplossing? We moeten van een lineaire economie naar een circulaire. Geen take, make and dump meer maar efficiënter omgaan met hulpbronnen en grondstoffen. “We moeten de natuur zo behandelen dat we die niet uitputten, maar versterken”, aldus Wijffels. “Dat vereist een andere manier van oogsten. Bijvoorbeeld energie oogsten uit hernieuwbare bronnen, die niet uitputbaar zijn. En niet te veel vis oogsten uit de wereldzeeën. Dat is de grote beweging die de komende periode vorm moet krijgen.”

Recyclen is een belangrijk onderdeel van de circulaire economie. Organische stoffen moeten niet één keer maar meerdere keren worden gebruikt. Producten moeten aan het einde van hun levenscyclus worden hergebruikt voor nieuwe producten. Ook upcycling is mogelijk. Daarbij ontstaat materiaal van hogere kwaliteit dan de oorspronkelijke grondstoffen. Interessant is volgens Wijffels de opkomst van urban mining. In sommige steden worden grondstoffen teruggewonnen uit huishoudelijke afvalstromen en afvalwater. Zo kunnen waardevolle afvalstoffen als fosfaat worden hergebruikt.

Van eigendom naar bruikleen

Bij het hergebruik van stoffen hoort een belangrijke verschuiving. Eigendom wordt vervangen door bruikleen: klanten kopen geen goederen maar sluiten een overeenkomst met een leverancier, waarbij ze de goederen alleen gebruiken en geen eigenaar zijn. Een veelgenoemd voorbeeld in dit verband is de tapijtverkoper die geen tapijten meer verkoopt maar leaset. Aan het einde van de levenscyclus levert de klant het tapijt weer in en kan de tapijtverkoper de grondstoffen hergebruiken.

Wijffels vindt ook BMW een goed voorbeeld van deze verschuiving. Het bedrijf ziet voor zichzelf een toekomst als dienstverlener op het gebied van mobiliteit. Daarbij zorgen ze ervoor dat klanten gebruik kunnen maken van een elektrische auto voor het woon-werkverkeer. Voor langere afstanden of vakanties staat bijvoorbeeld een SUV klaar.

Relocalisatie

De verschuiving heeft ook gevolgen voor de financiële sector. “Deze sector krijgt weer zijn oude rol in een iets andere vorm: het financieren van processen”, aldus Wijffels. “De financieringsvraag verschuift van de gebruiker naar de producent, bijvoorbeeld van gebouwen. Die worden in de toekomst steeds meer geleaset. De samenwerking in de productieketen wordt zo steeds intensiever. Daardoor komt er minder ruimte om te speculeren en worden relaties stabieler. Een bijproduct van de circulaire economie is ook dat er meer op lokale schaal gebeurt. Denk aan het gebruik van zonne-energie en biomassa. Er vindt een relocalisatie van het productieproces plaats.”

"We moeten voortaan samen iets maken met de laagste ecologische voetafdruk"

Wijffels vindt dat de tijd rijp is voor een circulaire economie: “Het gaat niet meer om een egocentrische survival of the fittest maar om samenwerken. We moeten voortaan samen iets maken met de laagste ecologische voetafdruk. Alle ingrediënten voor deze volgende fase in onze ontwikkeling zijn aanwezig. We hebben de kennis en de technologie die daarvoor nodig is.”

Dat geldt zeker voor autorecycling. ARN heeft de afgelopen jaren een grote expertise opgebouwd op dit gebied. De recycling van autowrakken en de recyclingbijdrage die dit mogelijk maakt, sluiten naadloos aan bij de principes van de circulaire economie. Kortom, ARN is klaar voor de 21e eeuw. U ook?