‘We moeten voorkomen dat we voor onze batterijproductie afhankelijk worden van Azië’

Gepubliceerd op 27 mei 2021

De batterijtechnologiesector is momenteel te afhankelijk van Azië. Daar moet verandering in komen. Zowel op nationaal als op Europees niveau, vindt CDA-Europarlementariër Toine Manders.

CDA-Europarlementariër Toine Manders

Toine Manders is CDA-Europarlementariër en Ouderengezant uit Brabant en actief binnen de commissies Interne markt en Consumentenbescherming, Werkgelegenheid en Sociale Zaken en Juridische Zaken. Vanuit de commissie Interne markt en Consumentenbescherming houdt hij zich onder meer als rapporteur bezig met de Europese batterijen verordening. Manders: “Het doel van deze wetgeving is om de standaarden voor het produceren, op de markt brengen, hergebruiken en recyclen van batterijen EU-breed op elkaar af te stemmen en te harmoniseren.” Manders geeft aan dat dit heel belangrijk is voor een economisch sterk Europa. “Als een van de grootste economische machtsblokken ter wereld hebben we onze lessen geleerd van het roemloze einde van de grootschalige productie van zonnepanelen in Europa. Al snel werden die in China gekopieerd en vervolgens met behulp van staatssteun goedkoop daar geproduceerd en geëxporteerd. Zo werden Europese bedrijven binnen de kortste keren uit de markt gedrukt.

Minstens vijftien batterijfabrieken

Om te voorkomen dat we voor onze batterijproductie afhankelijk blijven van Azië is de noodzaak groot om in Europa batterijcellen te gaan produceren. Op die manier kunnen we het fundament onder onze Europese auto-industrie behouden en de concurrentie aangaan. Zo moeten er volgens de huidige planning in 2025 in Europa al tenminste vijftien batterijfabrieken zijn, goed voor 360 GWh per jaar. Hiermee kunnen zes miljoen elektrische auto’s worden gebouwd. “Door een ambitieuze aanpak en een benadering met duurzame productie, hergebruik en uiteindelijk recycling in eigen beheer, verminderen we onze afhankelijkheid van de rest van de wereld.”

Important Project of Common European Interest (IPCEI)

Zowel voor de ontwikkeling en de productie van batterijcellen als van waterstoftoepassingen heeft de Europese Unie de IPCEI-regeling in het leven geroepen. “Dergelijke belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang mogen de deelnemende EU-landen financieel extra steunen. De Europese staatssteunregels zijn hierop namelijk niet van toepassing. De waterstoflobby is zeer sterk in Nederland, dus daar zijn inmiddels miljoenen voor gereserveerd. Voor de batterijsector ligt dat anders. Maar in Europa rolt de trein: de Europese Unie gebruikt de hefboom van de interne markt voor het stimuleren van de duurzame productie van batterijcellen. Waarbij we inzetten op hoge standaarden op het gebied van milieu en mensenrechten. Bedrijven uit landen van buiten de Europese Unie die die markt willen betreden, moeten aan dezelfde standaarden voldoen. Zo beschermen we de Europese industrie tegen oneerlijke concurrentie door bedrijven uit landen met lagere standaarden, zoals China. Puur op productiekosten kunnen we het nooit van China winnen, maar door het afdwingen van gelijke standaarden, ook wel een gelijk speelveld genoemd, wél!”

'Het doel van deze wetgeving is om de standaarden voor het produceren, op de markt brengen, hergebruiken en recyclen van batterijen EU-breed op elkaar af te stemmen en harmoniseren'
Page image

CDA-Europarlementariër Toine Manders

Onafhankelijk van de rest van de wereld

Een Europees registratiesysteem zou ervoor moeten zorgen dat batterijen altijd te traceren zijn en dat te achterhalen is waar en onder welke omstandigheden een batterij geproduceerd is. Manders zou het liefst zien dat elke batterij een QR-code krijgt. “Middels die QR-code vind je alle actuele informatie: waar geproduceerd, welke materialen er gebruikt zijn... Dit is heel dynamisch en kun je aanpassen aan de actualiteit.” Daarnaast wil de Europarlementariër verkopende partijen aansprakelijk maken voor de producten die zij verkopen. “Verkopende partijen worden zo gedwongen om samen met producenten de verantwoordelijkheid te nemen voor wat zij verkopen.” Manders realiseert zich dat dit met name in het begin vooral een administratieve last zal zijn, “maar op de langere termijn betekent dit dat we de Europese sector onafhankelijk en wereldwijd leidend maken.” Hij geeft aan dat hij zich inzet om het mogelijk te maken om een kortgedingprocedure te starten bij het Europese hof als er toch batterijen zijn die niet volgens de nieuwe, hoge standaarden worden geproduceerd en naar Europa worden geïmporteerd.

Kwetsbare productieketen

Onlangs verscheen in NRC een artikel over het tekort aan chips dat de kwetsbare kanten van de productieketen in de auto-industrie blootlegt. Zowel in de VS als in Europa pleiten politici voor het bouwen van nieuwe, geavanceerde chipfabrieken om de afhankelijkheid ten opzichte van Azië te verkleinen. Dat lost het acute probleem in de auto-industrie alleen niet op; het duurt jaren voordat een nieuwe chipfabriek up and running is. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor een batterijfabriek. Dat de auto-industrie door het tekort aan chips vastloopt, komt volgens Manders omdat we de basis niet op orde hebben. “Doordat we op bepaalde onderdelen sterk afhankelijk zijn van landen buiten Europa komt nu de productie in sommige Europese fabrieken stil te liggen. Dit komt omdat we de afgelopen dertig jaar alleen op kosten hebben geselecteerd. Zo is veel maakindustrie in Europa verloren gegaan. We moeten terug naar kwaliteit van zowel productie als productieomstandigheden.”

Hobbels op de weg

Hoewel het aan ideeën niet schort bij Manders ziet hij nog best een aantal hobbels op de weg voordat het zover is dat we als Europa voor onze batterijproductie niet meer afhankelijk zijn van Azië. “Nederland zou in de eerste plaats een fors bedrag moeten oormerken dat de sector kan investeren in innovatie.” Ook zou de politiek al veel verder vooruit moeten kijken dan alleen de transitie van brandstof naar elektrisch rijden en daar wetgeving op voorbereiden. “De nationale politiek heeft batterijen niet als focussector, waardoor het nu niet onder het IPCEI-regeling valt. “Ik hoop dat dit in het nieuwe regeerakkoord verandert en dat demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven de Nederlandse deelname aan de IPCEI-batterijen alvast gaat voorbereiden.” Ook in het Europees Parlement ligt de focus volgens Manders niet goed. “De focus ligt op milieubescherming en niet op economie, concurrentiekracht en werkgelegenheid. Het milieu is heel belangrijk, maar je kunt als sector alleen maar groen zijn als je voldoende geld verdient.”

'Het milieu is belangrijk, maar je kunt als sector alleen maar groen zijn als je voldoende geld verdient'
Page image

Nationaal batterij-ecosysteem

Om te voorkomen dat de Nederlandse hightechindustrie voor batterijtechnologie afhankelijk blijft van Azië moet er worden samengewerkt. Daarom heeft Brainport Development samen met andere partijen het initiatief genomen om een nationaal kenniscentrum op het gebied van batterijen, op te zetten. Manders ondersteunt dit initiatief. “De batterijsector is voor Nederland een belangrijke sector, daarom moet het nationaal geregeld worden. Het kenniscentrum wordt het voorportaal waar de gehele batterijsector kennis kan delen en die het Nederlandse belang op Europees niveau gaat behartigen. Hiermee wordt in de toekomst ook de Nederlandse deelname aan de IPCEI-regeling voor de batterijindustrie mogelijk. Via het kenniscentrum kunnen batterijproducenten bijvoorbeeld direct in contact komen met recyclers, zodat waardevolle grondstoffen aan het einde van de levensfase van een batterij maximaal teruggewonnen kunnen worden.”

Recycleprestatie

Manders is tevreden met het behaalde recyclingpercentage van batterijen in Nederland. Wel geeft hij terecht aan dat er geen zicht is op heel veel auto’s (en hun batterijcellen) in Europa. Eind vorig jaar heeft de Europese Commissie een nieuwe batterijenverordening voorgesteld. Deze verordening heeft tot doel ervoor te zorgen dat batterijen die op de EU-markt worden gebracht, gedurende hun gehele levenscyclus duurzaam en veilig zijn. “De doelstelling van Europa is om tenminste 60-70 procent van het gewicht van de batterijen te recyclen.” Tot slot geeft de Europarlementariër aan dat er meer onderzoek nodig is naar mogelijkheden om batterijen uit alternatieve, goedkope en in Europa goed beschikbare grondstoffen te kunnen produceren. “Hoe mooi zou het zijn als we in de toekomst van Europese grondstoffen, bijvoorbeeld steenkool en aardgas, batterijen zouden kunnen maken? Onmogelijk? 25 jaar geleden had ook niemand je geloofd als je had gezegd dat je nu met een apparaat zo groot als een halve reep chocolade kan bellen, e-mailen, appen en praktisch de hele wereld kan bereiken?”