Overheid geeft gas met ontwikkeling circulaire economie

Gepubliceerd op 29 januari 2018

Het is ernst. Bittere ernst. De lineaire economie moet snel het veld ruimen willen we in 2050 nog een leefbare wereld hebben, aldus de overheid. Daarom is het Rijksbrede programma Circulaire Economie gelanceerd. Wat houdt dit programma in, wat is de noodzaak van het programma en welke raakvlakken zijn er met de automotive sector? Een overzicht én een zoektocht.


Tekst ARN Redactie

Schattingen luiden dat in 2050 ongeveer 9 miljard mensen onze aarde bevolken. Als we onze productie en consumptie niet aanpassen, gebruiken we in 2050 3 keer zoveel grondstoffen. Met andere woorden; als we op dit welvaartsniveau doorgaan, zal er een tekort aan grondstoffen ontstaan en verstikken wij en het milieu in grote hoeveelheden koolstofdioxide. Volgens de overheid kunnen we dit probleem alleen omzeilen als we overgaan van een lineaire naar een circulaire economie. Het rijksbrede programma Circulaire Economie dat in september 2017 is gestart door het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu, moet daarvoor de aftrap vormen. Het programma heeft als doel dat er in 2050 voor iedereen genoeg voedsel, water en welvaart is en er een gezonde en veilige leefomgeving is, waarbij het milieu zo veel mogelijk ontzien wordt.

De overheid heeft samen met het bedrijfsleven transitie agenda’s opgesteld met als doel om de ambitieuze plannen van de circulaire economie waar te maken. Deze zijn onlangs gepresenteerd. Lees hier meer informatie. En lees hier nog meer achtergrondinformatie.

De Rijksoverheid wil dat er in 2050 alleen nog maar duurzame consumptiegoederen zijn.

Er zijn op dit moment erg veel definities van het nog jonge begrip circulaire economie. De Nederlandse overheid verstaat onder circulaire economie dat er geen afval van producten en materialen meer is, omdat producten efficiënter worden gemaakt én hergebruikt. Mochten er toch nieuwe grondstoffen nodig zijn, dan moeten deze op een duurzame manier worden gewonnen om milieuschade en schade aan onze leefomgeving te voorkomen. De makers van producten, zullen bij het ontwerp van hun producten al rekening moeten houden met hergebruik. Want er moet nu definitief worden afgerekend met de take-make-waste economie waarin we leven, stelt de overheid.

Bedreigingen als kansen

Het rijksbrede programma Circulaire Economie geeft 3 redenen waarom het noodzakelijk is ons huidige economische model voorgoed vaarwel te zeggen. Allereerst zullen we niet in staat zijn te voldoen aan de sterk toenemende vraag naar grondstoffen, de afhankelijkheid van andere landen wordt te groot en het klimaat zal sterk lijden onder de uitstoot van onder andere koolstofdioxide. Op dit moment stoot Nederland per jaar 200 megaton koolstofdioxide uit. Door slimmer om te gaan met grondstoffen en materialen, kan dit jaarlijks met 17 megaton worden teruggebracht en dat is 9 procent van de jaarlijkse Nederlandse uitstoot. Daarmee kan Nederland een substantiële bijdrage leveren aan de doelen die zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs.

In het programma schrijft de overheid dat de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie niet alleen kommer en kwel zal betekenen voor de industrie. Er wordt zelfs gesteld dat een efficiënter en slimmer gebruik van grondstoffen grote voordelen voor bedrijven, burgers en overheden biedt, zeker op de lange termijn. Zo zal de circulaire economie meer werkgelegenheid opleveren, maakt het ons minder afhankelijk van de landen die grondstoffen leveren en kunnen we waarschijnlijk de klimaatverandering een halt toeroepen. De goede lezer heeft al ontdekt dat dit deels de antwoorden zijn op de problemen waarvoor de lineaire economie ons vroeg of laat zal stellen, zoals genoemd in het begin van deze alinea.

Afhankelijkheid en schaarste

Nederland heeft weinig grondstoffen. Onze kracht zit in doorvoer en distributie naar het achterland. Al eeuwen lang. En natuurlijk zijn wij niet het enige Europese land dat vrijwel geen eigen grondstoffen heeft, maar de Nederlandse industrie draait nu voor 68 procent op grondstoffen uit het buitenland. Er is dus geen balans en dat hoeft geen probleem te zijn, als er geen schaarste optreedt. Maar de werkelijkheid is dat een gedeelte van deze grondstoffen nu al schaars is en dat die schaarsheid alleen maar toeneemt. Je hoeft geen geleerde te zijn om te concluderen dat als we vasthouden aan de lineaire economie, niet de arbeidskosten, maar de grondstofprijzen, de kostprijs en de winstmarge de uiteindelijke consumentenprijs gaan bepalen. Bovendien stelt het rapport dat schaarsheid zal leiden tot meer wereldwijde politieke spanningen waardoor stabiliteit van de Europese economie in gevaar komt.

Schaarsheid zal leiden tot meer wereldwijde politieke spanningen waardoor de stabiliteit van de Europese economie in gevaar komt.

Starten in 5 sectoren

Met de lancering van het rijksbrede programma Circulaire Economie heeft de Rijksoverheid 5 sectoren en ketens aangewezen die als eerste de stap moeten zetten naar een circulaire economie. De sectoren zijn gekozen omdat ze belangrijk zijn voor de Nederlandse economie en grote invloed op het milieu uitoefenen. Volgens het schrijven van de overheid is het programma overigens geen start, maar wordt er ook nu al veel gedaan om binnen deze sectoren over te stappen naar een circulaire economie, zowel in Nederland als in Europa. De 5 sectoren en ketens die als eerste de stap moeten maken naar een circulaire economie zijn:

  1. biomassa en voedsel;
  2. kunststoffen;
  3. maakindustrie;
  4. bouw;
  5. consumptiegoederen.

Er zijn diverse raakvlakken tussen 5 sectoren en de automotive branche:

  • Biomassa en voedsel

Inzet van biomassa is van groot belang voor het terugdringen van onze koolstofdioxide uitstoot én het terugdringen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zoals benzine, diesel en gas. Door meer biomassa in te zetten, wordt de economie groener stelt de overheid en kunnen we spreken van een biobased economy.

  • Kunststoffen

Het gebruik van kunststof is de afgelopen 50 jaar wereldwijd vertwintigvoudigd. En de verwachting is dat dit de komende 20 jaar nog eens gaat verdubbelen. Ook de automotive industrie is een grootverbruiker van kunststof. In Europa worden de meeste kunststoffen echter gebruikt in verpakkingen: bijna 40 procent. Het doel is om in 2050 alleen maar hernieuwbare (gerecyclede en biobased) kunststofmaterialen te gebruiken waar dit technisch mogelijk is.

  • Maakindustrie

Onder de maakindustrie valt de automobielindustrie maar ook de elektronica-, en de machine-industrie. Met de groei worden er steeds meer grondstoffen gebruikt die schaarser worden en in kwaliteit teruglopen. In 2050 moeten veel schaarse grondstoffen worden hergebruikt en gerecycled. Bij hergebruik wordt een product voor hetzelfde doel nog een keer gebruikt, iets waar sommige autofabrikanten op dit moment al succesvol in zijn. Door recycling kunnen materialen – zoals plastics – verwerkt worden tot nieuwe grondstoffen. Menig autobumper heeft op dit moment al een leven achter de rug in een volledig andere toepassing.

  • De bouw

De bouwsector in Nederland is een ware slurper van grondstoffen. De overheid schat dat de bouw goed is voor 50 procent van het totale grondstoffenverbruik; 40 procent van het totale energieverbruik en 30 procent van het totale watergebruik. Daarnaast blijkt 40 procent van het afval in Nederland uit bouw- en sloopafval te bestaan en zorgt de sector ook voor 35 procent van de koolstofdioxide-uitstoot.

In 2050 moeten bouwwerken daarom duurzaam worden gebouwd, (her)gebruikt, onderhouden en afgebroken. Daarbij moeten de bouwwerken gemaakt zijn van duurzame materialen en energieneutraal zijn, stelt het rijksbrede programma Circulaire Economie.

  • Consumptiegoederen

Als eindgebruiker zullen wij – de consument - verantwoordelijk zijn voor de grootste transitie van de lineaire economie naar circulaire economie. In Nederland wordt al volop gescheiden en gerecycled, maar toch wordt volgens schatting van de overheid de helft van het afval nog verbrand of gestort, goed voor acht miljoen ton per jaar. De Rijksoverheid wil dat er in 2050 alleen nog maar duurzame consumptiegoederen zijn, gemaakt van algemeen beschikbare grondstoffen. Afgedankte producten moeten worden gerecycled en gebruikt voor nieuwe producten. Als het aan de overheid ligt, is er in 2050 geen restafval meer. Het rijksbrede programma Circulaire Economie mogen we daarom wel een van meest ambitieuze plannen ooit noemen.

Toename grondstoffenverbruik over de afgelopen 100 jaar

Prognoses over de toename van het grondstoffenverbruik blijven altijd moeilijk vatbaar. Wat dat betreft biedt het verleden meer houvast. Met onderstaande cijfers kunnen we illustreren hoeveel meer grondstoffen de wereldbevolking is gaan verbruiken in de laatste 100 jaar:

  • 34 keer meer kunstmatige en natuurlijke materialen
  • 27 keer meer mineralen
  • 12 keer meer fossiele brandstoffen
  • 3,6 keer meer biomassa