Rhenoy speelt met overnames in op groeiende vraag naar revisieonderdelen

Gepubliceerd op 19 maart 2020

Met de overname van drie werkmaatschappijen van MRT Holding versterkt de Rhenoy groep zijn positie in de internationale markt van gebruikte, gereviseerde en nieuwe auto-onderdelen. Belangrijkste reden is zelf de regie kunnen voeren over vraag en aanbod, op basis van de big data uit het eigen softwaresysteem. "Nooit ‘nee’ hoeven verkopen, is het uitgangspunt voor alles wat wij doen", aldus CEO Nick van Kessel.  


Tekst Sjaak van Hal

Fotografie De Beeldredaktie. Beeldbewerking Klaas Jan Woudsma

“Als de coronacrisis niet te lang duurt, verwacht ik straks juist flinke groei”

Ervaart Nick van Kessel gevolgen van de coronacrisis? "Tot deze week (week 14, red.) draaiden wij een normale omzet. Wel lag het accent op grotere technische delen die niet kunnen wachten en op onderdelen waardoor onze klanten aan het werk kunnen blijven. Nu merken we wel iets van een daling, maar als een crisis niet te lang duurt, pakt deze vaak juist gunstig uit voor ons. Mensen hebben dan minder te besteden, dus kijken ze naar alternatieven in gebruikte onderdelen. Omdat onze vraaggestuurde voorraad goed op peil is, kunnen we nu besparen op inkoop, wat prettig is voor onze liquiditeit. Stel dat deze crisis eind mei voorbij is, dan verwacht ik in september/oktober een flinke groei."

Groei is geen doel op zich voor Van Kessel. Zijn bedrijf werkt al tien jaar nauw samen met MRT, marktleider in Europa en volgens zijn zeggen het beste revisiebedrijf dat er is. "Die samenwerking verliep altijd al tot volle tevredenheid", zegt Van Kessel, "maar ook al werkt iemand heel veel voor jou, honderd procent grip op voorraad en toelevering heb je dan nog niet. Ons softwaresysteem informeert ons precies hoe vaak wij 'nee' hebben moeten verkopen voor een bepaald onderdeel. Gebeurt dat, dan wordt een klant daar niet gelukkig van. Als iemand onderdelen nodig heeft, wil diegene in één keer slagen. Daarom leveren wij naast gebruikte onderdelen ook gereviseerde componenten, zoals motoren, versnellingsbakken en turbo's. Daarnaast leveren we nieuwe onderdelen uit de aftermarket maar ook nieuwe OEM-onderdelen, die vroeger werden verschroot zodra ze niet meer gangbaar waren. Met deze drie onderdelenstromen dragen we bij aan de circulaire economie die we met zijn allen nastreven. Door de overname van MRT Engines, Bols Motoren en MRT Polska kunnen we de productie van revisieonderdelen nu optimaal zelf regisseren. De (verwachte) vraag bepaalt de omvang en de planning ervan. Hierbij zullen we optimaal gebruik maken van de verschillende specialismen van deze bedrijven en hun productiecapaciteit."

"Een moderne motor verslijt niet, die gaat kapot"

Complexe technologie

Het softwaresysteem waar Van Kessel aan refereert, werd eerder uitgebreid beschreven in Green Light. Volgens hem heeft deze aanpak van Rhenoy voor een groot deel bijgedragen aan de professionalisering van de markt van gebruikte en revisieonderdelen. "Wij weten precies wat we op voorraad moeten hebben en welke onderdelen snel of langzaam lopen. We weten dus ook precies welke componenten uit een auto we wel en niet kunnen gebruiken, daar is ons inkoopsysteem op gebaseerd. Revisiebedrijven hebben het de afgelopen jaren een stuk moeilijker gekregen. Dertig, veertig jaar geleden was een motor met een ton op de klok 'moe'. Met een revisie bracht je deze weer in nieuwstaat voor een tweede leven, maar met de huidige moderne motoren ligt dat anders. Ze zijn lichter en compacter, leveren meer vermogen uit een kleinere cilinderinhoud en ze zitten vol complexe technologie en elektronica, onder andere vanwege de alsmaar strengere milieueisen. Deze motoren kunnen mechanisch makkelijk drie à vier ton mee. Ze verslijten niet meer, maar ze kunnen wel kapotgaan door storingen in bijvoorbeeld de elektronica of andere externe componenten. Om die motoren te repareren, heb je andere kennis en dure machines nodig."

“Wij zijn leverancier van voordelige mobiliteit”

Proactief voorraadbeheer

Hiermee komt Van Kessel op zijn corebusiness. "Ik zeg altijd: wij zijn leverancier van voordelige mobiliteit. Autorijden is duur, dat geldt voor de zakelijke rijder en de particulier. Wij leveren aan dealers, leasemaatschappijen en garagebedrijven. Door de managementinformatie uit ons softwaresysteem weten we precies welke merken en typen motoren gevoelig zijn voor bepaalde storingen en welke onderdelen we daarvoor nodig hebben. Zo kunnen we ons voorraadbeheer dus proactief organiseren en hoeven we geen ‘nee’ te verkopen. Daarbij hebben we de goedkoopste grondstof voor onszelf gecreëerd, want op elke verkochte nieuwe, gebruikte of gereviseerde motor nemen we de kapotte in. Dit geldt ook voor andere onderdelen, zoals versnellingsbakken en turbo's. We zijn dus zelfvoorzienend en kunnen kostenefficiënt werken, waardoor we de klant ook een gunstige prijs kunnen bieden. Ik voorzie ook in Nederland een groei in de handel van gebruikte onderdelen. In Frankrijk zijn autobedrijven bijvoorbeeld sinds 2017 – onder voorwaarden – al bij wet verplicht de klant ook een alternatief aan te bieden in gebruikt, voordat men een nieuw onderdeel overweegt. In Nederland is nu geen sprake van verplichting, maar het is wel onderwerp van discussie."

“Brancheorganisaties kunnen bijdragen aan meer structuur en standaardisering van de gebruikte-onderdelenmarkt”

Kan ARN een rol spelen in de revisiemarkt?

"Die rol zie ik eerder weggelegd voor onze brancheorganisatie Stiba, een van de stakeholders van ARN. Zij heeft het stimuleren van hergebruik van onderdelen in garagebedrijven tot speerpunt van haar beleid gemaakt. Elk professioneel autodemontagebedrijf wordt enthousiast van dit soort goede ideeën. Ik geloof heilig in het toevoegen van een meerwaarde. De revisiebranche doet dit door versleten of defecte onderdelen weer als nieuw te maken, een waardevolle bijdrage aan de circulaire economie. Alleen worden veel van die gereviseerde onderdelen nu verkocht door grossiers in automaterialen. Zij voegen geen waarde toe in deze keten, maar ze hebben wel de contacten en ingangen in de markt. Door de autodemontagebedrijven beter te organiseren, kunnen we de markt directer informeren, bedienen en alternatieve onderdelen een groter marktaandeel geven. Daar hoort dan ook standaardisering van onderdeelnummers bij en bijvoorbeeld een kwaliteitskeurmerk. Het is voor de klant niet aantrekkelijk als elke aanbieder hierin zijn eigen systematiek hanteert. Zo'n gestructureerde aanpak zou ook prima passen bij de verdere professionalisering van onze demontagebranche."