Uiteindelijk willen we allemaal een circulaire economie

Gepubliceerd op 20 februari 2018

Het nieuwe Landelijke AfvalbeheerPlan (LAP 3), biedt een pakket regels en richtlijnen voor het afvalbeleid in Nederland voor de periode 2017-2023. Het is tegelijk ook een duidelijke richtingwijzer, die ons land moet helpen om in 2050 volledig circulair te worden. Wat betekenen de nieuwe richtlijnen voor bedrijven in Nederland? “Met LAP 3 gaan wij in Nederland verder dan Europa”, zegt Cor Wittekoek, de nieuwe voorzitter van de Vereniging Producentenverantwoordelijkheid Nederland (VPN). “Dat is geen probleem, mits de overheid meer werk maakt van handhaving.”


Tekst Cor Wittekoek

Het nieuwe afvalbeheersplan bevat nieuwe regels en afspraken op het gebied van afvalbeheer, om de overgang naar een circulaire economie zo soepel mogelijk te maken.
De basisgedachte: afval zoals we dat nu kennen, moet steeds meer ‘nieuwe grondstof’ worden. Dat gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Het plan van de Rijksoverheid is om volledig circulair te worden in 2050. De eerste stap is om in 2030 de helft minder primaire grondstoffen te verbruiken dan in 2016.
Met LAP 3 worden al belangrijke stappen gezet in dit circulaire denken, op een vrij praktisch niveau. Zo is er aandacht voor hoogwaardigheid van recycling, en is voor verschillende afvalstromen de minimumstandaard voor verwerking verhoogd.

Pad naar circulariteit

Cor Wittekoek is de voorzitter van een vereniging die de verantwoordelijkheid voor afvalstoffen van producent helpt invullen. Wittekoek, tevens directeur van Vlakglas Recycling dat net als de ARN is aangesloten bij de Vereniging Producentenverantwoordelijkheid Nederland (VPN), ziet dat de overheid in Nederland met LAP 3 duidelijk een praktisch pad uitzet naar circulariteit: “LAP 3 beschrijft hoe we in Nederland om moeten gaan met afvalstoffen en hoe we bepaalde producten gescheiden moeten inzamelen. Dat zijn dan met name producten waarover Europese wetgeving nog niets zegt. Wat dat betreft loopt Nederland in sommige opzichten harder dan wat Europa voorschrijft. Het tempo is wel iets afgezwakt vanwege het concurrentienadeel dat het naleven van strengere regels oplevert voor het bedrijfsleven.”

Helderheid en werkbaarheid

Wittekoek wil voor zijn achterban vooral helderheid en werkbaarheid en noemt LAP 3 een stap in de goede richting. Hij vindt het geen probleem dat de overheid het bedrijfsleven met de soms pittige regels in LAP 3 scherp houdt. “Wat mij betreft had het wel wat verder mogen gaan. We streven allemaal naar een circulaire economie. En als je de lat hoog legt, zijn bedrijven geneigd beter hun best te doen.” Wittekoek heeft wel een mits: “Serieuze regels zijn oké. Wel vind ik dat het speelveld gelijk moet zijn, en dat maakt goede handhaving essentieel. Serieuze bedrijven houden zich aan de richtlijnen en nemen hun verantwoordelijkheid, de ‘free riders’ niet. Omdat er door gebrek aan capaciteit amper gecontroleerd wordt bij die laatste partijen, kunnen zij over het algemeen veel goedkoper werken. De handhaving schiet te kort en daar moet wat ons betreft veel meer aan gedaan worden.”

De kracht van vrijwilligheid

De VPN-voorzitter straalt uit dat de wil om vooruitgang te boeken er dus wel degelijk is. “Ik zie het als mijn taak partijen die producentenverantwoordelijkheid uitvoeren samen op te laten trekken. De wet- en regelgeving – waar LAP 3 deel van uitmaakt – legt regels en procedures op, maar onderschat de kracht van vrijwilligheid niet. Ik heb goede hoop dat de industrie de koppen bij elkaar wil steken om iets te bereiken op het gebied van circulariteit. Want uiteindelijk willen we allemaal een circulaire economie.”

Wat zijn de veranderingen?

LAP3 bevat verschillende sectorplannen die voor de ketenpartners in autorecycling van groot belang zijn, zoals bijvoorbeeld de sectorplannen autowrakken, shredderafval, batterijen en afgewerkte olie.
Welke veranderingen brengt LAP 3 ten opzichte van de bestaande regels? Janet Kes, Manager Corporate & Public Affairs bij ARN, geeft enkele voorbeelden: “De bekendste wijziging voor ARN is dat LAP 3 onderscheid maakt tussen autoshredderafval (ASR) en shredderafval (SR). Voor het ASR geldt dat maximaal 5% van de input van shredderafval gestort mag worden. Dit betekent concreet dat tenminste 95% van het ASR nuttig moet worden toegepast. Daarnaast moet het autoshredderafval gelijkmatig over het jaar verdeeld worden aangeboden bij een verwerkingsinstallatie van autoshredderafval.”

“Serieuze regels zijn oké. Wel vind ik dat het speelveld gelijk moet zijn, en dat maakt goede handhaving essentieel”

Er zal in de toekomst mogelijk ook onderscheid gemaakt worden tussen verschillende vormen van recycling. De vraag is of onderdelen vooraf selectief moeten worden gedemonteerd of dat het beter is ze achteraf via shredderafval nuttig toe te passen “Er kan nog een tussentijdse aanpassing van de minimumstandaard komen, of aanpassing in wet- en regelgeving.”

LAP 3 spreekt zich ook uit over kosten. Afvalverwerking moet op een zo hoog mogelijk niveau gebeuren, zodat het materiaal niet te veel waarde verliest. De overheid legde een belangrijke grens bij recyclingkosten van meer dan 175 euro per ton. “Dat toetsbedrag is nu verhoogd naar 205 euro per ton. Als verwerking volgens de minimumstandaard meer kost dan 205 euro, mag een laagwaardiger verwerking worden toegepast.”

En wat zegt LAP 3 over batterijen? “De einde afvalstatus voor aandrijfaccu's is nu ook verankerd in het sectorplan batterijen. De einde afvalstatus van afgedankte batterijen uit elektrische en hybride-elektrische auto’s was nog niet opgenomen in LAP2. Met het LAP3 is het inzetten van een aandrijfaccu voor energieopslag nu een officieel toegestane verwerkingsroute.”