Nederland circulair

Gepubliceerd op 02 maart 2018

Nu grondstoffen schaarser worden, lonkt een samenleving die draait op hergebruik van grondstoffen. Hoe realistisch is dat? We praten erover met Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Nijmegen School of Management, en André Habets, directeur van producentenvereniging voor consumentenelektronica FIAR. 


Tekst Jan Jonkers en André Habets

Nederland loopt voorop in recycling. Deelinitiatieven als Peerby en Snappcar floreren en bedrijven experimenteren met circulaire businessmodellen. Zijn we op weg naar een circulaire economie?  

Jonker: “De lijst van circulaire ondernemers groeit, maar een recent onderzoek onder 500 bedrijven wees uit dat daarvan slechts tien bedrijven circulair bezig zijn. Dat zou in heel Nederland om zo’n 34.000 bedrijven gaan. Het is de vraag wat deze bedrijven onder circulair verstaan. Sommigen noemen zichzelf al circulair als ze een plannetje voor hun oud papier hebben.” 

Habets: “Voor veel bedrijven is circulair ondernemen windowdressing. Ze kiezen voor een duurzaam product omdat het mooie marketing oplevert. Tegelijkertijd bedienen ze de consument met producten tegen een lagere prijs. Uiteindelijk is dat wat de consument wil.” 

Gelooft u in een circulaire toekomst voor Nederland? 

Jonker: “Ik ben optimistisch. Het Klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties helpen bij de transitie. Ook in Nederland is de politieke wind gunstig. Het ambitieuze, Rijksbrede Programma Circulaire Economie stelt dat in 2030 de helft van de bedrijven circulair moet zijn en dat in 2050 alle bedrijven op hernieuwbare grondstoffen moeten draaien. Kritisch ben ik ook: we zijn nu waar we 20 jaar geleden hadden moeten zijn.” 

Habets: “Ik hoor niet tot de believers van een circulaire economie. Zij hebben een nogal idealistisch beeld, dat ik vergelijk met een lekke zwemband. Om te produceren moeten we steeds bijpompen omdat 100 procent hernieuwbare energie niet bestaat.”  

Tegen welke problemen loopt de recyclingsector aan?  

Habets: “Ik spreek namens de recyclers van wit- en bruingoed en weet dat de praktijk weerbarstig is. Het grootste probleem is de consument. Slechts 43 procent van de afgedankte elektronica bereikt professionele afvalverwerkers. Een groot deel belandt bij niet-gecertificeerde bedrijven die de milieuregels vaak niet naleven. Deze verwerkers tappen bijvoorbeeld niet eerst toxische stoffen af maar gooien apparaten zo de shredder in. Zo'n 80 procent van de recyclebedrijven is niet gecertificeerd. We lobbyen in Den Haag voor meer inspectie. Maar dat gebeurt niet. Ook gedragsverandering van de consument is lastig. De Nederlander blijft nalatig in het apart inleveren van elektronica.”

“Pas als grondstoffen echt opraken en onbetaalbaar worden, is de circulaire economie onontkoombaar”

Jonker: “43 procent is niet veel, maar ik schrik er niet van. In de autobranche, de glas-, papier- en metaalindustrie doen we het juist goed. Ik vind niet dat de Nederlander nonchalant is. Integendeel. We zijn braaf in het scheiden van oud papier, plastic en glas. Maar het kan altijd beter en met een hoger rendement. De staatsecretaris heeft gezegd 27 miljoen in milieueducatie te investeren. Dat is te weinig. We moeten burgers belonen voor hun positieve gedrag. Daarnaast pleit ik ervoor om de recyclingwereld in zijn geheel door te lichten en om te kijken naar het begin van de productieketen.”  

Fabrikanten zouden hun product zo moeten ontwerpen dat het makkelijk recyclebaar is. 

Jonker: “Zover zijn we nog niet. Laten we beginnen met de relatief zuivere afvalstromen zoals glas, papier en plastic. Flesjes frisdrank recyclen we vrij eenvoudig tot nieuwe. Maar waarom is er nog geen circulaire krant? Terwijl de papiersector serieus bezig is met circulariteit, ligt er nog geen ontwerp voor zoiets. Dat moet niet moeilijk zijn. Of neem textiel. Een groot deel is niet recyclebaar vanwege de samenstelling. Later kunnen we nadenken over de circulaire auto of mobiele telefoon.”  

Habets: “Het klinkt mooi: producten maken die goed recyclebaar zijn. Maar ik voorspel een telefoon die drie keer zo dik en vier keer zo zwaar wordt. Dat staat haaks op de wens van de consument. Als ik aan de ideale circulaire auto denk, dan is één standaardmodel het slimst. Alleen, zo zit onze samenleving niet in elkaar.” 

Nieuwe grondstoffen en producten zijn vaak goedkoper dan hernieuwbare stoffen. Dat is niet bevorderlijk voor de transitie naar een circulaire samenleving. 

Habets: “Klopt. Iedereen wil duurzaam, zolang het niet duurder is. De meeste consumenten en de overheid gaan voor het goedkoopste product. Dat zie ik niet snel veranderen. De massa wil de laagste prijs en dus maakt de producent het zo goedkoop mogelijk. Om concurrerend te blijven, kiezen producenten voor goedkope en dus nieuwe grondstoffen.”  

Jonker: “Zolang nieuw goedkoper is dan hernieuwbaar, zullen producent en consument kiezen voor nieuw. Toch zal er – net als in de energiesector – een tipping point komen. Het zal dan cool worden om een vintage koffieapparaat van hernieuwbaar plastic te hebben. Dat bereiken we als de belasting op grondstof wordt verhoogd. Het wordt sowieso hoog tijd dat producenten een true price gaan betalen en deze doorrekenen aan de consumenten. Dus wat een product werkelijk heeft gekost, inclusief het dierenleed, de milieu-impact en de kinderarbeid.”  

Volgens sommigen komt een circulaire economie dichterbij als consumenten niet langer producten bezitten, maar betalen voor het gebruik. De producent blijft dan eigenaar. Goed idee? 

Jonker: “Absoluut. We maken grote stappen als we de eigendomsverhoudingen veranderen. Neem een wasmachine. Als de producent wasbeurten gaat verkopen, in plaats van de machine, gebeurt er iets cruciaals. Hij gaat nadenken hoe deze zo lang mogelijk meegaat, energiezuinig is, zo weinig mogelijk water gebruikt, het liefst niet kapot gaat. En als hij vervangen wordt, moet hij goed recyclebaar zijn. Voor veel producten zijn nieuwe businessmodellen te verzinnen. We kopen geen auto meer, maar mobiliteit. Geen cv-ketel, maar warmte. In dit scenario blijft de producent verzekerd van zijn grondstoffen. Zeker bij toenemende schaarste – denk aan het edelmetaal palladium in de auto-industrie – is dat een voordeel.”

“Er zal – net als in de energiesector – een tipping point komen. Het zal dan cool worden om een vintage koffieapparaat van hernieuwbaar plastic te hebben”

Habets: “Dit systeem is gericht op een langere levensduur van apparaten, maar vaak is het milieu daar niet bij gebaat. Huishoudelijke apparaten worden steeds energiezuiniger, die zou je na een paar jaar moeten vervangen. Denk ook aan de Trabantjes in Oost-Duitsland. Niet kapot te krijgen, maar een ramp voor het milieu. Nog een vraag: Wat heeft de producent eraan als hij zijn eigen producten terughaalt? Een groot deel van de grondstoffen is onbruikbaar door productinnovatie. Voor wat betreft het gebruikscontract: In de zakelijke markt is dat realistisch – denk aan print- en kopieermachines. Maar is de consument beter af met dergelijke gebruikscontracten? Ze doen me denken aan financial leasing. De Consumentenbond rekent regelmatig door hoe nadelig leasecontracten zijn. Ten slotte vraag ik me af of leasecontracten milieuvriendelijker zijn. Consumenten gaan misschien minder zuinig met hun auto om als ze het gebruik maandelijks afkopen.”  

Hoe tillen we onze samenleving naar een circulaire economie  

Habets: “De circulaire economie is een consumentenprobleem. Nederlanders zijn niet bezig met een betere wereld. Buiten Nederland – zeker in groeimarkten als Azië en Afrika – is het besef nog minder. De overheid heeft maar beperkt mogelijkheden om gedrag te beïnvloeden. Pas als grondstoffen echt opraken en onbetaalbaar worden, is de circulaire economie onontkoombaar.”  

Jonker: “De circulaire economie is vooral een industriële transitie en een politiek issue. Hoe organiseren we een ander systeem dat technisch circulair is en waarin we slim en energiezuiniger produceren. De consument is belangrijk maar niet bepalend. Hij moet vooral goede concepten voorgeschoteld krijgen. Die mis ik nog. 

De overheid kan circulair ondernemen stimuleren door bestaande belemmeringen weg te nemen. Zo is het voor bedrijven soms nog lastig om elkaars afval- en reststromen in te kopen. Laten we ook living labs creëren waarin wet- en regelgeving wordt losgelaten – zodat bedrijven kunnen experimenteren.”  

Volgens het kabinet kan een volwaardige circulaire economie jaarlijks 7,3 miljard extra omzet genereren en 54.000 nieuwe banen creëren. 

Habets: “Het zijn prachtcijfers, maar ik vrees dat minder produceren ook werkgelegenheid kost. Er zullen bedrijven verdwijnen. Wat gaan al die werklozen doen? En groeien we naar een economie waarin minder keuze is? Hebben we straks allemaal dezelfde mobiele telefoon en rijden we in één model auto omdat deze makkelijk recyclebaar zijn?” 

Jonker: “De nieuwe economie leidt onherroepelijk tot krimp. We gaan minder producten maken die langer meegaan en onderling gedeeld worden. Maar de werkgelegenheid groeit elders. We hebben meer handen en kennis nodig om grondstoffen in de kringloop te houden. Ik denk niet dat de toekomstige consument minder te kiezen heeft. Integendeel. Met 3D-printingtechnieken ontwerpen we straks onze eigen kleding. Er is al een prototype waarmee je je oude T-shirt kunt omtoveren tot een nieuw exemplaar. Dat kan straks met elk denkbaar materiaal. Het klinkt absurdistisch, maar ik denk dat we in de toekomst zelf onze ideale auto kunnen uitdenken en reprinten.”