De grondstoffenprofessor

Gepubliceerd op 27 maart 2018

Rond 2030 moet de helft van de in onze regio gebruikte grondstoffen worden verkregen door te recyclen. Als hoogleraar Resources & Recycling aan de TU Delft werkt Peter Rem aan innovaties om te helpen die stevige ambitie waar te maken. Met klinkende resultaten. 


Tekst Peter Rem

Over Peter Rem 

Over Peter Rem 

Prof. dr. P.C. Rem is professor aan de TU Delft en houder van de leerstoel Resources & Recycling. Hij promoveerde op het onderwerp van supergeleiders en werkte in het verleden ook in de petrochemische industrie. Peter Rem is houder van meer dan een dozijn patenten op het gebied van procestechnologie en –apparatuur. Ongeveer de helft daarvan wordt inmiddels toegepast in de industrie. 

Met de benoeming van Peter Rem tot hoogleraar Resources & Recycling geeft de TU Delft begin 2012 gehoor aan een wens van de Nederlandse regering. Nederland draagt zo bij aan een Europese doelstelling van de EU om alle verwerkte grondstoffen binnen 20 jaar voor de helft uit recycling te winnen. Peter Rem heeft een flinke uitdaging: onderzoek en ontwikkel nieuwe technologie waarmee recycling een groter aandeel krijgt binnen de Europese grondstoffenvoorziening.  

Kunt u zeggen in hoeverre uw leerstoel Resources & Recycling bijdraagt aan de Europese doelstellingen op dit gebied? 

“Toen we begonnen, hebben we intern uitgesproken dat we innovaties wilden creëren die over 20 jaar nieuwe grondstoffen met een financiële waarde van tien miljard euro per jaar uit afval kunnen halen. Dat lijkt heel ambitieus, maar het valt wel mee als je het afzet tegen het totaal dat nodig is. Op dit moment recyclen we in Europa jaarlijks voor 60 miljard euro aan grondstoffen, daar moet de komende jaren nog eens 120 miljard euro aan waarde bij om de doelstelling van 50 procent te halen. We zullen recycling dus heel anders moeten gaan benaderen. Je hebt het over een compleet nieuwe industrie die naar verwachting zo’n 600.000 banen creëert. Dat moet allemaal ontstaan door innovaties vanuit het bedrijfsleven en de Europese universiteiten. Juist daarom is het goed dat die partijen de handen ineen hebben geslagen. We hebben nog een lange weg vol innovaties te gaan.” 

Hoe realistisch is de EU om rond 2030 de waarde van grondstoffen voor de helft uit recycling te willen halen? 

“Even realistisch als John F. Kennedy die in de jaren 60 de ambitie uitsprak dat de Verenigde Staten als eerste land mensen naar de maan zou brengen. Zo’n doelstelling is een eerste vereiste om het mogelijk te maken. Zelf ben ik er van overtuigd dat het mogelijk is. Recyclen bestaat op zich al heel lang, maar we zijn het pas in de jaren 70 meer procesmatig gaan aanpakken. We boeken ook relatief snel vooruitgang. Dat komt vooral voort uit het besef dat recycling zijn eigen technologie en onderzoek nodig heeft. ” 

In plaats van tonnages heeft u het over de financiële waarde van grondstoffen. Een bewuste keuze? 

“Ja. Vanuit de politiek is ooit de keuze gemaakt om recyclingprestaties in massa uit te drukken. Dat had destijds te maken met het laten verdwijnen van stortplaatsen. Voor recycling is dat een goed vertrekpunt geweest, maar dit is het moment om de transitie te maken naar een uitdrukking in waarde. We zijn het er allemaal over eens dat we uit een product zoveel mogelijk grondstoffen willen verzamelen om er nieuwe producten van te maken. Dat willen we natuurlijk kunnen meten. Bij de TU Delft stellen wij voor om recycling te meten op basis van een economische waarde in euro’s. Dat geeft een gewogen beeld van het effect van recycling in termen van nieuwe banen, minder import, energiebesparing. Daarmee krijgen alle partijen inzicht in wat de inspanningen om te recyclen in financiële zin opleveren.”  

In veel branches wordt al goed werk verricht om zoveel mogelijk te recyclen. Zijn er nog branches die in dit opzicht snel stappen kunnen zetten? 

“In de bouwsector valt bijvoorbeeld veel winst te halen. We hebben een installatie ontwikkeld waarmee het mogelijk is om beton hoogwaardig te recyclen. Dat loont de moeite, want beton bestaat voor een belangrijk deel uit cement en dat zorgt wereldwijd voor 10 procent van de totale CO2-uitstoot. Het is dus de kunst om end-of-life beton zonder die CO2-uitstoot weer om te zetten in nieuw beton. Onlangs is een nieuw flatgebouw opgeleverd, waar de bijbehorende parkeergarage is gebouwd met gerecycled beton. Het is economisch dus haalbaar. Dat is knap, want het recyclingproces mag maximaal zo’n 6 euro per ton kosten. Dat haal je alleen met grote volumes, met een installatie die per uur 150 tot 200 ton kan recyclen. In potentie kan betonrecycling in Europa op jaarbasis zo’n 3 tot 4 miljard euro aan nieuwe grondstoffen opleveren.” 

ARN heeft veel werk gemaakt van een goede keten van demontagebedrijven en shredders. Ook is veel vooruitgang geboekt met het nascheiden van shredderafval in de PST-fabriek. Wat vindt u van die aanpak? 

“Autorecycling is een goed voorbeeld van wat er mogelijk is wanneer de overheid aan een branche bepaalde doelstellingen oplegt, en daarvoor ook een partij verantwoordelijk maakt. ARN heeft snel ingezien dat je een goede keten én technologie nodig hebt om op een zinvolle en economisch haalbare manier te kunnen recyclen. Door de gekozen aanpak loopt Nederland binnen Europa voorop.”  

Werkt u ook aan oplossingen om gerecyclede materiaalstromen zuiverder te maken? 

“Daar zijn we inderdaad mee bezig. Tot nu toe richten we ons daarbij vooral op kunststoffen. Dit is een zinvolle onderzoeksrichting, want van de 85 miljard euro die in Europa jaarlijks aan plastics wordt gebruikt, is misschien twee miljard euro afkomstig van recycling. Daar is dus nog veel te winnen. Het zuiverder maken van materiaalstromen is ook van belang om waarde toe te voegen. Op dit moment eindigen processen vaak met een restant dat uit veel verschillende materialen bestaat. Het is mogelijk om ook die terug te winnen, al zijn die laatste procenten het moeilijkst en het duurst. Maar de innovaties die er voor nodig zijn, komen eraan. Het harde werk begint nu.”