Zeer Zorgwekkende Stoffen

Gepubliceerd op 12 april 2019

Autorecycling is een groot goed, maar moet natuurlijk wel veilig voor mens en milieu gebeuren. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) kunnen het veilig recyclen van afvalstromen echter belemmeren. Wat zijn ZZS en hoe is het gesteld met de wet- en regelgeving rondom deze stoffen?


Tekst Jens Holierhoek

Zeer zorgwekkende stoffen zijn, volgens het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Bijvoorbeeld omdat ze kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen. Denk aan kleurstoffen in textiel of zware metalen in reststromen van de landbouw. De ZZS-lijst die het RIVM hanteert, telt maar liefst 1.500 items.

ZZS zijn ook terug te vinden in afgedankte auto’s. In stoelbekleding, printplaten en verschillende plastics duikt de stof decaBDE veelvuldig op. Deze broomhoudende brandvertrager redt bij een autobrand levens, maar is ook giftig. Een zeer zorgwekkende stof die je niet in een te hoge concentratie in een gerecycled product terug wil zien.

Wirwar aan regels

Het bepalen van wat een zeer zorgwekkende stof is, is nog niet zo makkelijk. Er bestaan namelijk verschillende internationale verdragen en wettelijke kaders rondom de ZZS. Zo is er de REACH-verordening, het OSPAR-verdrag, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de POP-verordening. Het RIVM voegt bij haar ZZS-lijst ook nog eens de gevaarindeling conform de CLP-verordening van de Europese Unie toe. Begint het al te duizelen? Onthoud in ieder geval REACH en POP, want die zijn voor de autorecyclingindustrie het belangrijkst.

Autofabrikanten moeten volgens de REACH-richtlijnen aangeven welke chemische stoffen zij verwerken in hun auto’s

REACH reguleert de chemische industrie in Europa. Zo moeten autofabrikanten volgens de REACH-richtlijnen aangeven welke chemische stoffen zij in hun auto’s verwerken. Ook hier gelden weer uitzonderingen, want voor buiten de EU geïmporteerde auto-onderdelen of materialen hoeven alleen de Europese SVHC-stoffen (Substances of Very High Concern) te worden gemeld. Via de REACH-databank krijgen recyclingbedrijven een indicatie in welke gehaltes ZZS in de auto’s voorkomen. Al is de databank een belangrijke stap in de goede richting, toch is de recycling- en demontagesector momenteel niet ingericht op het detecteren van deze stoffen in auto’s. Daarnaast is de database nog niet van toepassing voor oude voertuigen, en met een gemiddelde leeftijd van achttien jaar zijn de meeste afgedankte auto’s dat wel.

De POP-richtlijn voorziet op zijn beurt in de bescherming van mens en milieu door het beperken van productie, handel en gebruik van persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s). Vlamvertragendestoffenzijn een voorbeeld van dergelijke POP’s.

Zware metalen

De auto-industrie heeft daarnaast te maken met wetgeving rondom recycling. Zo werkt ARN in Nederland volgens het wettelijke kader van Besluit beheer autowrakken (Bba) en Besluit beheer batterijen (Bbb). Deze wetgeving richt zich naast recyclingdoelstellingen ook op preventie (een taak van de autofabrikant) van het gebruik van zware metalen zoals lood, kwik, zeswaardig chroom (chroom 6) en cadmium in auto’s. De laatstgenoemde twee verfbestandsdelen worden inmiddels niet meer gebruikt in de productie van auto’s, maar lood – overigens volledig te recyclen – zit nog altijd in startaccu’s. En in stokoude autowrakken is nog van alles terug te vinden.

Grenswaarden

Alle recyclingbedrijven op ons continent zijn gebonden aan de REACH- en CLP-verordeningen. Dat is Europese wetgeving die rechtstreeks werkt in alle lidstaten. Ze gaan dus voor op nationale wetten en regels. Daarbij staat CLP (classificatie, label en verpakking) voor de classificatie van stoffen; het bepaalt in welke mate ze potentieel schadelijk zijn voor mens of milieu (kankerverwekkend, toxisch, etc). Afval voorzien van ZZS mag alleen gerecycled worden tot een nieuw product als de concentratiegrenswaarde van 0,1 procent niet wordt overschreden. Dat betekent dat maximaal één duizendste van het totale gewicht van het gerecyclede materiaal uit ZZS mag bestaan. Voor bepaalde soorten afval gelden echter veel strengere waarden.

Vermoedens

De grote hoeveelheid zeer zorgwekkende stoffen die er zijn, in combinatie met de nodige uitzonderingen, maakt het recyclen van materiaalstromen volgens de regeltjes best ingewikkeld. Dat ziet ook Martijn Beekman, hoofd BureauREACH & CLP bij het RIVM. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Europese stoffenbeleidin Nederland:“Je kunt van een recyclingbedrijf niet verlangen dat ze elke materiaalstroom op 1.500 zeer zorgwekkende stoffen gaan onderzoeken.” In de praktijk gaat het opsporen van ZZS in afvalstromen op basis van vermoedens. “Als autorecyclingbedrijf weet je dat er brandvertragers in auto’s zitten. Op basis van informatie in de REACH-database kun je nagaan of de concentratiegrenswaarde wordt overschreden en of recycling mogelijk is.”

RIVM: “Je kunt van een recycleraar niet verlangen dat hij elke materiaalstroom onderzoekt op 1.500 zeer zorgwekkende stoffen”

Daarbij is het ook belangrijk welke toepassing het recyclingbedrijf heeft bedacht voor z’n materiaal. “Als zeer schadelijke stoffen al eerder zijn geregistreerd, zoals een brandvertrager in een product, dan mag je die opnieuw in de keten brengen als eenzelfde product. Van een oude bumper mag je via recycling een nieuwe bumper maken. Als je er iets anders van maakt, moet de stof opnieuw worden geregistreerd. Het is nodig om aan te tonen dat de stof in de nieuwe toepassing veilig is.”

Als extra moeilijkheid geldt dat voor afval andere regels (nationale afvalwetgeving) van toepassing zijn dan voor een gerecycled eindproduct (Europese REACH-verordening). Wanneer je een auto importeert van buiten de EU is de registratieplicht binnen REACH evenmin van kracht.

Transparantie

Een REACH-databank of niet, het blijft lastig om een compleet beeld krijgen van ZZS in afvalstromen. Vaak ontbreekt informatie over de werkelijke concentraties ervan. En, zoals gezegd: je hebt ook te maken met te recyclen auto’s van gemiddeld achttien jaar oud. “Het contact over en weer tussen de oorspronkelijke fabrikant en de eindrecycleraar moet beter. Er zitten nog altijd veel schijven tussen die het lastig maken precies in kaart te brengen waar een product uiteindelijk eindigt. De fabrikant weet soms nauwelijks wat er met z’n eigen stof gebeurt. Dat is raar. Zij weten er juist het meest van. Die informatie moet tussen partijen uitgewisseld worden, zodat het niet meer gaat om vermoedens. De randvoorwaarden leg je vast in wet- en regelgeving, maar het belangrijkste is dat de gehele keten – van producent tot afval – met elkaar afspraken maakt”, aldus Beekman.

Met betrekking tot de recycling binnen de automotive-industrie denkt Beekman dat de oplossing niet lastig hoeft te zijn. “Iedere autoproducent weet precies wat er in een auto wordt gestopt. In feite zou je die informatie door de hele keten heen kunnen doorgeven, zodat het recyclingbedrijf precies weet met welke stoffen ze te maken hebben. Zo ingewikkeld is het niet.”

Databank

De belangrijke REACH-verordening bestaat al ruim tien jaar; voor die tijd bestond een vergelijkbare wet- en regelgeving. Toch kan, als geschetst, de omgang met ZZS in de recyclingindustrie nog veel beter. Volgens Beekman is er een toenemende interesse in hergebruik, maar is daar nog onvoldoende over nagedacht. “REACH gaat vooral uit van het basisproduct, terwijl aan de afvalfase te weinig aandacht wordt geschonken. Je ziet wel dat er al slagen worden gemaakt. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen [ECHA] is op basis van vernieuwde afvalwetgeving momenteel ook een compleet nieuwe databank aan het opzetten. De informatie over zeer zorgwekkende stoffen bestaat al, de oorspronkelijke fabrikanten hebben die immers. Maar die informatie moet nog wel samenkomen, dat is de uitdaging. Het is een kwestie van het met elkaar opnieuw organiseren.”

Nederlands beleid

Hoewel de belangrijkste verordeningen betrekking hebben op het Europese speelveld van recycling in betrekking tot ZZS, is de Nederlandse overheid ook zeer actief. Het aanpakken van ZZS is een van haar speerpunten. Het overheidsbeleid is vastgelegd in het Activiteitenbesluit, dat bedrijven verplicht lozingen en uitstoot van ZZS te voorkomen (bronaanpak), of op z’n minst te minimaliseren. Het RIVM wil dat bedrijven elke vijf jaar onderzoeken of ze via de bronaanpak of via de minimalisatiemethode de emissies haalbaar en betaalbaar verder kunnen verminderen. Ook stimuleert het innovatie.

Handreiking

De uitgebreide lijst met 1.500 zeer zorgwekkende stoffen van het RIVM helpt het Nederlandse ZZS-beleid in een vorm te gieten. Zo doet het RIVM aanbevelingen waarin het aangeeft welke ZZS en afvalstromen als eerste aandacht moeten krijgen. Met de in november 2018 verschenen ‘Handreiking risicoanalyse ZZS in afvalstoffen’ helpt het RIVM bedrijven en vergunningverleners bij de beoordeling of toepassing van afvalstoffen met ZZS geen onaanvaardbaar risico oplevert voor mens en milieu. Zodat de afvalstromen in het algemeen – en in de autorecycling in het bijzonder – weer een stuk schoner en veiliger worden.