Zachte idealen

Gepubliceerd op 29 januari 2018

Volgens de voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven en voormalig politicus Boris van der Ham is de toegenomen aandacht voor recycling terecht. Een sterke lobby richting overheid blijft wat hem betreft noodzakelijk.


Tekst Boris van der Ham

Boris van der Ham

Boris van der Ham

Boris van der Ham zat namens D66 van 2002 tot en met 2012 in de Tweede Kamer. Gedurende deze periode was Van der Ham onder meer verantwoordelijk voor de portefeuilles economische zaken, natuur en milieu, grondrechten, cultuur, en verkeer en vervoer. Tegenwoordig is Boris van der Ham actief als bestuurder. Zo is hij voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven en onbezoldigd voorzitter van het Humanistisch Verbond.

“We hebben in Nederland serieus werk gemaakt van het inzamelen en recyclen van ons afval. Dat vind ik fascinerend om te zien. Van afval maken we nieuwe, schone materialen en duurzame energie. Dat doen we op een heel hoog niveau en we lopen daarin met enkele andere landen ook echt voorop. Tijdens een werkbezoek aan de PST-fabriek van ARN heb ik als voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven daar met eigen ogen een mooi voorbeeld van kunnen zien.

Complexe afwegingen

Dat een onderwerp als recycling de laatste jaren meer aandacht krijgt, is volkomen terecht. We mogen volgende generaties simpelweg niet opzadelen met ons afval. Bovendien is het een basis voor nieuwe grondstoffen en producten. De sector realiseert dit binnen een economisch perspectief en creëert banen. Hergebruik en recycling hebben ook grenzen. Binnen een duurzame samenleving moeten we altijd een afweging maken tussen ecologische, economische, en sociale factoren. Dat is cruciaal om onze samenleving schoon te houden en de toekomst van onze kinderen veilig te stellen.

"Hergebruik en recycling hebben grenzen. Binnen een duurzame samenleving moeten we een afweging maken tussen ecologische, economische, en sociale factoren"

 

Overheid kan meer doen

Natuurlijk hebben partijen binnen onze branche verschillende inzichten. In die zin is het werk voor een brancheorganisatie vergelijkbaar met het politieke debat. Tegelijkertijd is er een sterke wil om van elkaar te leren en werken we vanuit een gemeenschappelijk belang goed samen. Daarin heeft de Nederlandse overheid ook een belangrijke rol. Onze sector is afhankelijk van de regering als het gaat om duidelijke kaders waarbinnen zaken als recycling worden geregeld. Maar de overheid kan meer doen. Bijvoorbeeld door zelf meer gerecyclede producten af te nemen en hiervoor ook eisen te stellen in aanbestedingen rond overheidsprojecten.

Gezamenlijke lobby

Op die manier wordt het bedrijfsleven gestimuleerd om innovatief te blijven, wat onze concurrentiepositie in het buitenland ten goede komt. Vanuit mijn positie maak ik me graag sterk voor een gezamenlijke lobby richting overheid en gemeentes om dit belangrijke onderwerp op de politieke agenda te krijgen en te houden. Voor deze groene liberaal is dat een prachtige manier om zachte idealen in de praktijk te brengen.”