Uitweg uit doolhof van dilemma’s

Gepubliceerd op 02 maart 2018

De Raad voor de Leefomgeving heeft zich gebogen over de vraag, wat de overheid kan doen voor de ontwikkeling van de circulaire economie. Die vraag klemt, omdat de werkelijkheid van die veelbesproken transitie weerbarstiger is dan menigeen beseft. 


Tekst Ad Lansink

Over Ad Lansink 

Over Ad Lansink 

Ad Lansink is biochemicus en voormalig lid van de Tweede Kamer. Leven in de breedte bracht hem in aanraking met sport en kunst, politiek en geschiedenis, carnaval en bedrijfsleven, afval en ook de zorgsector. 

“In- en outsiders weten intussen, dat circulaire economie trending topic is. Althans: praten over sluiten van kringlopen. Maar duidelijk is ook, dat de doelen van circulaire economie – ontwikkeling van duurzame producten en bevordering van duurzame consumptie – sneller zijn opgeschreven dan waargemaakt. De vrije markt kent haar eigen wetten, consumenten hebben hun persoonlijke verlangens – tot het recht op bezit toe – en producenten willen zich wel verantwoordelijk weten, maar met behoud van zeggenschap. Van gesloten kringlopen is voorlopig geen sprake, om sociaaleconomische en financiële, maar ook om technologische en wetenschappelijke redenen. 

Uitgewerkt toekomstbeeld ontbreekt 

De overheid lijkt zich bewust van die afstand tussen droom en daad: de transitie naar een circulaire economie wordt immers als een strategisch vraagstuk gezien, en niet als een routeboek van snelle stappen. De Raad constateerde terecht, dat een uitgewerkt toekomstbeeld van circulaire economie ontbreekt. Dat is geen verrassende ontdekking. Wie de wereld van hergebruik en recycling kent, weet dat sluiten van kringlopen een moeilijke opgave is. Volledige sluiting is theoretisch zelfs uitgesloten.  

Product- en materiaalhergebruik werkt 

Bevordering van product- en materiaalhergebruik brengt reductie van schaarse grondstoffen sneller dichterbij dan allerhande theoretische beschouwingen over fraaie maar onhaalbare transitie-modellen. Langduriger en doelmatiger gebruik van producten en efficiëntere toepassing van materialen dragen meer bij aan duurzame ontwikkeling dan valse tegenstellingen tussen de operationele aspecten van de afvalhiërarchie en de theoretische invalshoeken van de circulaire economie. 

Economische orde is de crux 

Volgens de Raad voor de Leefomgeving kent de huidige economie een lineaire ordening, uitmondend in een verantwoorde afvalverwerking met de ‘Ladder van Lansink’ als beleidsuitgangspunt. Niettemin acht de Raad meer nodig voor circulaire economie dan de ladder: namelijk een andere omgang met grondstoffen en voorts nieuwe economische modellen. In dat laatste punt – de economische orde en al wat daarmee samenhangt – zit natuurlijk de crux, veel meer dan in een ander grondstoffenbeleid. Daarvoor vormen de eerste drie sporten van de ladder, te weten preventie, product- en materiaalhergebruik, een goede, breed aanvaarde basis.

“Wil de overheid kaders en randvoorwaarden scheppen voor de inrichting van welke circulair model ook, dan vergt dat forse ingrepen in de gegroeide zeggenschapsverhoudingen”

Wil de overheid kaders en randvoorwaarden scheppen voor de inrichting van welke circulair model ook, dan vergt dat forse ingrepen in de gegroeide zeggenschapsverhoudingen in een wereld, waar markten en overheden grondig van elkaar verschillen. De scherpte van de vraagstelling blijkt uit onmiskenbare dilemma’s: overheidssturing of producentenverantwoordelijkheid; fiscalisering of marktwerking; bindende ontwerprichtlijnen of vrijheid van productontwikkeling; nationale aanpak of internationale speelruimte; ‘lease society’ of particulier bezit. Kortom: wel of geen (mondiale) planeconomie is de kernvraag waarvoor de (te?) optimistische gangmakers van circulaire economie zich gesteld weten. 

Van woorden naar daden 

Een begin van een antwoord verdient al waardering. De Raad voor de Leefomgeving heeft inmiddels een vooral procedurele (uit)weg gevonden. Het kabinet wordt aangespoord een circulaire agenda op te stellen, inclusief strategische doelen en concrete acties: ‘koppeling van een stip aan de horizon aan concrete, soms specifieke uitvoeringsmaatregelen’, onder andere in kansrijke Nederlandse sectoren en kansrijke ketens. Na woorden volgen hopelijk daden om uit de doolhof van dilemma’s te ontsnappen.”