‘Schaalvergroting is de oplossing voor meer efficiency en kwaliteit’

Gepubliceerd op 07 juni 2018

Bij Frans van den Mosselaar Autorecycling en Autodemontage in Dongen zijn medewerkers druk bezig aan wat op het eerste gezicht een autoproductielijn lijkt. Hier wordt echter bij elk volgend punt op de lijn geen onderdeel toegevoegd, maar juist weggenomen. Deze demontagestraat is onderdeel van de volgens de Van den Mosselaars noodzakelijke vernieuwing van de demontage- en verwerkingsketen voor auto’s in Nederland. “Er moet een netwerk komen van regionale verwerkingsplants, waar grootschalig, efficiënt en effectief wordt gewerkt.”


Tekst ARN Redactie

In de tachtig meter lange hal in Dongen werken medewerkers van Van den Mosselaar aan zo’n zeven auto’s tegelijk, die telkens een stapje op de lijn opschuiven. Eerst de vloeistoffen eruit en de banden eraf. Bij elk volgend station worden stapsgewijs alle onderdelen uit de auto verwijderd die belangrijk zijn voor recycling: glaswerk, bumpers, purschuim. Niet toevallig: in een volgorde die omgekeerd is aan die van een auto-assemblagelijn. Weer wat verderop wordt een auto bij een kantelmachine razendsnel op z’n kop gehangen, zodat bijvoorbeeld de motor, de versnellingsbak en de achteras eruit kunnen. Het werken gaat – mede dankzij kranen die het tilwerk overnemen – vlot en zonder veel krachtsinspanning; medewerkers werken hier zelden of nooit met de handen boven het hoofd. Als bij een laatste station de bedrading uit de auto is gehaald, gaat deze de hal uit en de pers in.

Robuust uitgevoerde lijn

Terwijl zoon John, die samen met zijn broer Michel het bedrijf leidt, hier en daar aanwijzingen geeft, vertelt vader Frans van den Mosselaar – stichter van het inmiddels vijftigjarige familiebedrijf – dat het prototype van de zelfontwikkelde lijn al in 1995 bestond. “We hebben hem destijds ‘op de groei’ ontwikkeld en gebouwd. In twintig jaar tijd hebben we alleen recentelijk de bedrading vervangen; verder functioneert deze robuust uitgevoerde lijn nog altijd volledig naar behoren. Het belangrijkste: met de lijn kunnen we snel en goed demonteren en scheiden voor hergebruik. Hoogwaardige kunststoffen, aluminium en bedrading houden we apart; da’s allemaal opbrengst. De shredderaar is er blij mee, want wij halen het glas uit de auto, wat de kans op beschadiging van zijn materieel verkleint.”

Staaltje innovatie

De demontagelijn – een investering van een miljoen, terugverdientijd zo’n vijf tot zeven jaar – is een staaltje innovatie van een autodemontagefamilie die op dat gebied altijd al vooraan heeft gestaan. Zo was Frans van den Mosselaar destijds een van de oprichters van STIBA en kent autorecyclend Nederland hem onder meer vanwege zijn duidelijke visie en mening. Want ook hier schuwt Van den Mosselaar de stevige stellingname niet. “De autorecycling is aan het veranderen. De oudjes, zoals ik, stammen nog uit de tijd dat het echt ieder voor zich was. Maar wij maken plaats voor een nieuwe generatie, die meer bereid is tot samenwerking en waarin meer – denk ook aan ARN – vanuit een gezamenlijk belang wordt gewerkt. Dat is ook keihard nodig als we de recycling op een hoger plan willen brengen, met name op het gebied van efficiency en kwaliteit.”

Grote sprong voorwaarts

Van den Mosselaar doelt in eerste instantie op de demontage, het deel van de recyclingketen waar volgens hem efficiënter kan worden gewerkt. “Het gros van de bedrijven is eigenlijk te klein; sommige hebben het moeilijk, andere sluiten zelfs de poorten.” Oorzaak: “Het blijft voor veel bedrijven moeilijk om echt grote stromen van metalen en kunststoffen te creëren waarmee ze interessant worden voor verwerkers.

Hoe moet die vernieuwde keten tot stand komen? “ARN zou hier eens goed naar moeten kijken, om vervolgens demontagebedrijven, verwerkers en andere partijen in de keten om de tafel te brengen. Het is volgens ons dé manier om autorecycling op den duur efficiënter, beter en betaalbaarder te maken.”

Dus wat gebeurt er? Die relatief kleine stromen van hoogwaardige materialen eindigen als afval. Daar is maar één antwoord op: schaalvergroting.”

Keten van regionale centra

De Dongense ondernemer bepleit een manier van samenwerken die voor sommige bedrijven een grote sprong voorwaarts zou zijn. Kort gezegd: er moet een keten van zo’n vijftien regionale centra in Nederland komen, waar die volumes wél haalbaar zijn. “Moderne, efficiënte plants waar de deelnemende demontagebedrijven allemaal een aandeel in hebben en waar ze een deel van het werk laten doen. En waar ze stuk voor stuk de vruchten kunnen plukken van het samen doen waar ze individueel te klein voor zijn.”

Ook zoon John ziet talloze voordelen. “De regionale plants kunnen bijvoorbeeld ook de voor kleinere ondernemers complexe verwerking van aandrijfaccu’s voor hun rekening nemen. Dat is centraal beter én veiliger te behappen.”

Schonere stromen

De Van den Mosselaars zijn zich ervan bewust dat de vernieuwing van de keten ook consequenties kan hebben voor de schakels in het geheel. “Positief is dat verwerkers en schredderaars ‘schonere’ stromen te verwerken krijgen – en dat er ook een toekomst blijft voor de kleinere demontagebedrijven, mits ze meegaan met de tijd. De kwaliteit van de demontage en van het recycleproces kan omhoog; we kunnen op den duur minder afval en meer nieuwe grondstof genereren. Welke rol ARN Tiel hierin moet krijgen, daar moet naar gekeken worden.”