Recyclingpercentage 98,7% “Nu gaan we doorpakken”

Gepubliceerd op 05 maart 2018

Autorecycling in Nederland, volgens Ingrid Niessing:

Een recyclingpercentage van 98,7 procent is voor de net aangetreden algemeen directeur van ARN een droom. Maar Ingrid Niessing, die haar sporen in het (internationale) bedrijfsleven heeft verdiend in de accountancy en financiële wereld, is niet het dromerige type. Zij denkt vooral in ‘next steps’. Het doel voor de komende jaren, zo betoogt zij in deze blog, is onder andere hogere kwaliteit van de output van herbruikbare grondstoffen.


Tekst Ingrid Niessing

“Op de recente ARN Relatiedag op het eiland Pampus heb ik op een gegeven moment eens goed naar de deelnemers in de zaal gekeken. Ik zag, net als bij eerdere bedrijfsbezoeken, vooral harde werkers, echte ondernemers in recycling, trots op wat ze doen, benieuwd naar hoe dat straks nog anders en beter kan maar ook zeker zal moeten.

Laten we wel vaststellen: het hoge recyclingpercentage van 98,7 procent van het gewicht van auto’s is goed. Daar mogen we bij ARN en in de branche zeker trots op zijn, maar achterover leunen doen we niet. We gaan een volgende fase in, we gaan nu doorpakken. Omdat het altijd beter kan, maar ook omdat auto’s recyclen in de komende jaren alleen maar moeilijker wordt.

"We hebben bij ARN onlangs onze visie en missie scherper aangescherpt. Kort samengevat: we doen autorecycling"

Onze aandeelhouders en de overige bedrijven in de automotive sector, verwachten van ons dat we de juiste activiteiten verrichten om ook in de toekomst de lat van 95 procent te blijven halen. Waarbij we wel rekening moeten houden met de kritische blik van de overheid en de consument. Dat gaat op dit moment goed, maar het is geen vanzelfsprekendheid dat we elk jaar opnieuw zo presteren. Zo vormt de verdere uitrol van elektrische auto’s een steeds grotere uitdaging, want de recycling verandert erdoor. Ook zullen we een antwoord moeten vinden op het gebruik van nieuwe materialen, zoals de ‘zelf uitdeukende’ materialen uit de wereld van de nanotechnologie die tijdens de ARN Relatiedag ter sprake kwamen.

Om te weten hoe we de uitdagingen aangaan, moeten we weten waar we naar toe willen. We hebben bij ARN onlangs onze visie en missie aangescherpt. Kort samengevat: we doen autorecycling. Zonder al te veel andere bijzaken, want we willen gefocust zijn.

Wat is dan het doel? Ik denk dat we moeten vaststellen dat 100 procent recycling op korte en middellange termijn praktisch niet realistisch is. Maar voor de duidelijkheid: dat is ook niet ons doel! We blijven gaan voor minimaal 95% recycling, maar winst boeken door een positievere CO2-footprint met verantwoorde kosten, is hierbij eveneens prioriteit. Dat is vooruitgang waar de samenleving echt wat aan heeft. De balans tussen recyclingpercentage, CO2-footprint en euro’s kent een soort optimum. Met name de laatste twee factoren krijgen in de komende jaren nog meer onze aandacht.

Nogmaals moeten we ons realiseren dat recycling en verwerking van materialen ‘an sich’ niet alles zegt. Met welke CO2-offers en tegen welke prijs verwerken wij deze materialen? En kunnen we die verwerking hoogwaardiger maken, zodat de verwerkte materialen door de industrie kunnen worden gebruikt als nieuwe grondstoffen? Dat zijn en worden de vragen van vandaag en morgen.

Die toename van de hoogwaardigheid van teruggewonnen materialen stelt ons in de komende jaren in staat om grote stappen te zetten. Als een deel van de materialen wordt verwerkt in bijvoorbeeld asfalt, is dat niet verkeerd. Maar als diezelfde materialen in de industrie gebruikt kunnen worden voor nieuwe producten met een hoogwaardige toepassing, of zelfs als nieuw materiaal in een auto, dan doen we het nog veel beter.

Er zijn al tal van goede voorbeelden. Zo worden de kunststoffen die we uit auto’s terugwinnen, sinds enige tijd hergebruikt als grondstof voor palen en planken die dienstdoen als kantbeschoeiingen. Eén van de taken die ik voor ARN zie is het verder ontwikkelen en verder initiëren van dit soort nieuwe toepassingen. We komen met ideeën, doen zelf onderzoek en daarnaast ontwikkelen we toepassingen in samenwerking met gespecialiseerde bedrijven en technische universiteiten. Maar ook hierin zal de keten samen met ons een belangrijke rol moeten spelen; wij zijn uiteindelijk enkel aanjager.

De technologie gaat door, er komen steeds meer kansen om materialen echt te hergebruiken. Al weten we ook dat onze branche en de industrie soms een zetje nodig hebben om elkaar te vinden en tot nieuwe toepassingen te komen. Ik ben daar niet pessimistisch over: naarmate grondstoffen schaarser en duurder worden, komen de teruggewonnen grondstoffen vanzelf meer in beeld. Hergebruik van metalen en toepassing van herwonnen grondstoffen gaan in de visie van ARN steeds beter concurreren met nieuwe grondstoffen. Op zowel inhoud als op prijs. Er gaat een moment komen dat een fabrikant dief van de eigen portemonnee wordt als hij geen herwonnen grondstoffen gebruikt. Nieuwe grondstoffen worden onbetaalbaar!

"De toename van de hoogwaardigheid van teruggewonnen materialen stelt ons in de komende jaren in staat om grote stappen te zetten"

Dat is de actieve, betrokken en aanjagende rol die ARN de komende jaren gaat spelen. Daarbij steken we zo nodig onze nek uit als extra tempo noodzakelijk is. Zo hebben wij ons sterk gemaakt voor de post-shredder technologie, door niet alleen regisseur, maar ook ontwikkelaar en uitvoerder te zijn. Op den duur zal dit initiatief door de markt worden overgenomen, maar als we willen versnellen, pakken we opnieuw de handschoen op bij een ander dossier. We investeren vanuit een doel: het vliegwiel ontwikkelen voor vernieuwing om te kunnen blijven instaan voor autorecycling.

Ik zie nog een cruciale taak voor ARN: nog vroeger in de keten participeren. We willen eerder met autofabrikanten om de tafel om kennis uit te wisselen en waar mogelijk een beetje te sturen, ook al zijn we geen grote speler in deze. Als zij bepaalde materialen gebruiken, wat voor consequenties heeft dat verderop in de cyclus? Kan dat anders, met meer kans op hergebruik en terugdringing van reststoffen? En hoe kunnen we elkaar de hand reiken bij de demontage van batterijen uit auto’s? Hoe kunnen we de kansen voor ‘second use’ vergroten?

Ambitieus? Nou en of! Ik maak wel de kanttekening dat het speelveld zorgvuldig bewaakt moet worden. Zo zal de overheid scherp moeten blijven op handhaving. Op het ‘schoonhouden’ van de branche. Illegale export en cowboys die lak hebben aan het milieu, mogen het niet verpesten voor de bonafide autodemontagebedrijven die zich netjes aan de regels houden, maar die ook bereid zijn om die extra stap in recycling te zetten. Ook zal de overheid mee moeten met de ontwikkelingen in onze sector. Nu worden restmaterialen of ‘eindfracties’ veelal nog gezien als afval. Maar steeds vaker gaat het juist om een tweede leven als nieuwe grondstoffen. Als we van Nederland echt een circulaire economie willen maken, dan mag en kan de wet- en regelgeving niet achterblijven.”